Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur

Vogeltrek, Oost west, thuis best?

Een reactie plaatsen

waterpiep-caucEen beeld dat bij oktober hoort: vogeltrek! Enorme aantallen ontvluchten de barre noordelijke streken om te overwinteren in warme streken. De kampioen is de noordse stern die makkelijk tienduizenden kilometers vliegt tussen de Arctische (juni- augustus: 24 uur daglicht!) en de Antarctische zomer (november-maart: ook 24 uur daglicht).

Toch vliegen niet alle vogels van noord naar zuid. In Europa is de gemiddelde trekrichting tussen noordoost en zuidwest. Bovendien zijn er ook enkele soorten die een koers vliegen die daar haaks op staat. Deze vogels ontvluchten niet de barre noordelijke winter, maar die van hooggebergten van Centraal Europa. Het bekendste voorbeeld is de waterpieper. Deze soort, verwant aan onze graspieper, broed in de Europese hooggebergten en de dichtstbijzijnde broedgebieden liggen in Zuid-Duitsland. Tijdens de winter valt hier voor een waterpieper niets te halen. De vogels trekken dan naar een gebied waar ze wel kunnen overwinteren. Voor een groot deel zijn dat de lage landen ten noordwesten van het broedgebied. Favoriet zijn de uiterwaarden in het rivierenland en de moerassen van laag Nederland.

De naam waterpieper is dus ontleent aan het overwinteringsgebied en heeft niets met het broedgebied van doen. Het is dan niet verwonderlijk dat onze oosterburen de vogel Bergpieper noemen. De waterpieper is overigens zeer nauw verwant aan de oeverpieper, nog niet eens heel lang geleden werden deze twee soorten als één soort gezien. De verschillen tussen de oever- en waterpieper zijn subtiel. Het handigste kenmerk is het overwinteringsgebied, omdat oeverpiepers vrijwel uitsluitend op rotsige kusten (maar ook stenige pieren en dammen) zitten. Sterker nog, in Flevoland worden oeverpiepers ook af en toe gezien, maar dan alleen buitendijks op de stenige dijken. Waterpiepers kunnen daar vlakbij zitten, maar dan juist binnendijks!

In Flevoland is de waterpieper een redelijk algemene overwinteraar. In de natte graslanden van de Lepelaarplassen, het Kromslootpark en de Oostvaardersplassen worden soms tientallen vogels gezien. Als de vogels opvliegen laten ze een kenmerkend slepend “swiest – swiest” horen. Als ze weer gaan zitten vallen ze geheel weg tegen de bruinige stoppels van riet en ruigte.

Ton Eggenhuizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s