Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur

Ons eibernest

2 reacties

Het is niet te missen als je over de A6 Lelystad in rijdt, links en rechts broedende ooievaars. Op palen bij bedrijven en op de hoogspanningsmasten zijn de nesten van hoog opgestapelde takken eenvoudig te zien. Met regelmaat krijg ik de vraag of zoiets niet ook in Almere mogelijk is. Helaas, de kans op een broedende ooievaar in Almere is heel klein. Hoe kan het de ooievaar dan in Lelystad juist wel zo voor de wind gaan?

Uit historisch onderzoek weten we dat zeekleigebieden nooit zo in trek zijn geweest bij ooievaars. Kennelijk valt er op de zeeklei geen volle maag te halen voor een ooievaar. Dat is overigens heel bijzonder onderzoek geweest. Men heeft eenvoudigweg oude prenten bekeken van stads- en dorpsgezichten en daar de ooievaarsnesten op gezocht. Flevoland bestond toen natuurlijk nog niet, maar gelukkig weten we over de recente voorkomen van ooievaars veel meer. Het huidige broedvoorkomen in Flevoland is geheel beperkt tot Lelystad.

Wat maakt Lelystad dan tot uitzondering? Er is maar één duidelijke reden: het Natuurpark Lelystad. Ooit is hier een kleine groep in een vliegkooi gehouden. Vervolgens is de kooi open gezet en zijn een aantal paar in de omgeving tot broeden gekomen. De groep ooievaars leeft inmiddels vrij maar wordt wel bijgevoerd. Het is deze dagelijks gedekte tafel die het voorkomen in deze polderstad verklaart. Buiten de ooievaarpalen en het Natuurpark worden Ooievaars veel minder vaak gezien. Het aantal waarnemingen bijvoorbeeld in de Oostvaardersplassen is jaarlijks zelfs opmerkelijk klein. In Lelystad zijn nu enkele tientallen nesten in gebruik. Het aantal jongen producerende broedparen is echter veel lager.

Voor een Almeerse broedpopulatie ooievaars is dus een nabijgelegen brongebied nodig – Lelystad lijkt te ver – en een dagelijkse voederactie. Zullen aangeboden ooievaarspalen in Almere dan helemaal niet gebruikt worden? Jawel hoor, maar niet door ooievaars. Huismussen kunnen tussen de takken nestelen en de kans op een broedende nijlgans is zelfs best wel groot. Maar om nou nijlgansbroedpalen te gaan plaatsen…

Ton Eggenhuizen

2 thoughts on “Ons eibernest

  1. Hetgeen kennlijk wel lukt met de witte reigers. Die inmiddels midden in de stadsvijvers staan te vissen.
    Die voor zo ver als ik het kan begrijpen vooral de voedseltafel van de kiekendieven leegsnoepen. Waar ik overigens ook wel eens een verdwaalde eiber zie lopen.

  2. Yep, Albert. De witte reigers (grote zilverreiger) doen het goed. Die hebben kennelijk toch een heel ander voedselpatroon. Of ze de kiekentafel leegsnoepen is wel een vraag die eens goed uitgezocht zou moeten worden. Ik denk dat er in het voorjaar wel weer genoeg muizen zijn om ook de kiek weer te voeden. Maar als we dat zeker willen weten, zouden we moeten kijken wat de verschillende predators voor een effect op de prooidieren hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s