Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


4 reacties

Zwanenhals

Een krijsende golf kokmeeuwen komt van alle kanten aanstormen, er wordt duidelijk weer ergens gevoerd. Jawel, op de Weerwater-steiger bij het Stedenwijkstrandje zie ik een vrouw een flink zak brood leegschudden. Niet alleen kokmeeuwen komen eropaf. Stormmeeuwen, zilvermeeuwen, zelfs een Pontische meeuw, meerkoeten en wilde eenden delen in de feestvreugde. En twee knobbelzwanen.

Dit paar knobbelzwanen heeft de plek als territorium ingenomen en als alles goed gaat verwachten we hier in het voorjaar een broedgeval. Weinig andere zwanen worden hier geduld. Het vrouwtje zit inmiddels midden in het vogelgejoel, de man lijkt wat moeite met zwemmen te hebben. En wat het meest opvalt is de houding van de nek. Waar kan ik dat van? O, ja, in “the Mute Swan” het boek van Birkhead en Perrins, heb ik dat eerder gezien. Het is een symptoom van loodvergiftiging. In de jaren zeventig van de vorige eeuw ontdekte men dat vogels sterk te lijden hebben van loodkorrels in het milieu. Zwanen, ganzen en eenden (en kippen doen dat ook) eten grindkorreltjes en gebruiken deze als maalstenen in de maag. De gespierde maag kneedt het voedsel samen met de maalsteentjes waardoor de plantencelwanden gesloopt worden en het verteren een stuk beter gaat.

Die loodkorrels kwamen in de eerste plaats van door jagers gebruikte loodhagel. Bij de jacht op watervogels belandde het grootste deel daarvan niet in de vogel maar in het water. De vogels pikken het later wel als maagmaalsteentjes op. De kneedmaag zorgt vervolgens voor slijtage van de loodkorrels waardoor vervolgens het bloed het lood eenvoudig kan opnemen. Na de ban op loodhagel bleef er nog één loodbron in het water over, de verzwaringsloodjes van hengelaars. In Engeland zijn vele dood gevonden knobbelzwanen onderzocht en werden post mortem enorme hoge doses lood in het bloed aangetroffen.

Lood is een gevaarlijk goedje en kan leiden tot een flinke set aan gevolgen. Je kan er zelfs dood aan gaan. Een bekend fenomeen is de slappe pols en slappe enkel bij mensen met een loodvergiftiging. De spieren verslappen waardoor de normale houding en kracht niet meer mogelijk is. Dit leidt bij zwanen dan ook tot de kinky-neck. Een ander fenomeen bij watervogels is dat ook de beweging van het darmstelsel wegvalt. De vogel eet nog wel, maar verder dan de slokdarm komt het niet. Door loodvergiftiging omgekomen zwanen hebben dan ook enerzijds een volledig volgepropte slokdarm maar wel een leeg darmstelsel.

Maar zou de “kinky-neck” van onze zwaan ook een andere oorzaak kunnen hebben? Vast wel. Ik ben natuurlijk geen dierenarts en al helemaal geen toxicoloog. We hopen dat de zwaan erbovenop komt. Maar als hij wel “het loodje legt” gaat hij direct naar de Dutch Wildlife Health Center in Utrecht voor nader onderzoek. We houden hem in de gaten.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

Handzame notenkraker

Een vogelaar zal bij een notenkraker direct aan een vogelsoort denken. Die vanzelfsprekendheid is veel andere mensen echter vreemd. Die denken aan het schaaltje te pellen hazelnoten, de suite van Tjaikovski of het ballet. De berichten over een extreem tamme notenkraker in Wageningen zal veel mensen dus op het verkeerde been hebben gebracht.

Notenkrakers zijn broedvogels uit de taigawouden in het noorden en het oosten. Heel sporadisch zwerven die wel eens naar onze contreien. Als het broedseizoen goed is verlopen en de populatie dus op zijn grootst is en vervolgens voedseltekort ontstaat door een slechte zaad en notenproductie van de bomen, gaan veel vogels op zoek naar andere gebieden. Voor vogelaars is het zien van zo een zeldzame notenkraker dus een fijn moment. De tamheid die de vogels vaak aan de dag leggen, draagt nog eens bij aan de vogelaarsvreugde.

Broedvogels in de taiga zijn geen mensen gewend. Gelukkig leidt dat in veel gevallen tot een grote mate van vertrouwen bij de vogels. Pestvogels zijn daar ook een voorbeeld van. Ook pestvogels kunnen invasiegewijs naar onze contreien afdwalen. De vogels zijn vaak super-benaderbaar en een buitenkans voor vogelfotografen. Helaas zijn er bij zulke invasies ook steeds de signalen dat er vogels worden gevangen voor de kooi. Ze zijn immers ook door kwaadwillenden makkelijk te benaderen. De Wageningse notenkraker heeft niet over aandacht te klagen en de vele vogelaars die van de vogel komen genieten en de vele fotografen die hun plaatje komen maken zullen kwaadwillenden voorlopig wel op afstand houden.

Zo een notenkraker, kan die ook in Almere opduiken? Jazekerwel. Ze zijn verzot op hazelnoten en die struiken zijn volop in Almere aangeplant. In de laatste decennia is het aantal waarnemingen in Flevoland echter zeer beperkt, de vogel uit 2001-2002 aan de elzenlaan in Zeewolde was één van de weinige vogels. In 1968 vond echter een grote invasie plaats met honderden vogels over heel Nederland. Het kan dus wel. Wie ontdekt de eerste notenkraker van Almere? En nee, stuur nu niet foto’s door met de verkeerde notenkraker. De vogel, daar gaat het ons, vogelaars, om!

Ton Eggenhuizen


Een reactie plaatsen

Bladpootrandwants

Met zijn dikke “kuiten” en een lengte van zo een twee centimeter is de bladpootrandwants een opvallende verschijning. De soort is met een opmerkelijke opmars bezig. In 2007 werd de wants voor het eerst in Nederland waargenomen, het jaar erop was de eerste Flevolandse waarneming in Lelystad een feit. Inmiddels komt de soort in heel Nederland voor. De laatste jaren wordt de soort in Flevoland twintig tot dertig keer waargenomen, met een piek in september en oktober.

Aangezien de wants leeft van het sap uit dennenkegels wekt het geen verwondering dat de soort in Almere nog schaars is. Zo veel dennenbossen hebben we niet. Dit jaar lijkt de soort evenwel algemener dan ooit met alleen al vijftien waarnemingen in Almere. Ook opvallend is dat er diverse dieren zijn aangetroffen op hoge gebouwen, met als hoogtepunt de 14e verdieping in een flat aan het Weerwater. De soort verspreidt zich vliegend en weet zich kennelijk aangetrokken tot hoge objecten, mogelijk door de nachtelijke verlichting. Ze overwinteren graag binnenshuis.

De bladpootrandwants komt van origine in Noord-Amerika voor en wordt daar af en toe gezien als plaaginsect. Of het in Nederland zo een vaart loopt laat zich slechts raden. Feit is wel dat het beestje inmiddels zo algemeen is dat hij niet meer is weg te krijgen.


Een reactie plaatsen

Klimopbloesem

De kogelronde bloeiwijze van de klimop met ruim twintig afzonderlijke bloempjes is niet te missen en op een zwoele nazomeravond geldt hetzelfde voor de geur. Het blad aan de bloeiende takken is echter minder kenmerkend. Vaak egaal groen en altijd langwerpig zonder de kenmerkende ‘hedera-vorm’. Nu, in het najaar is het één van de weinige bronnen van nectar en stuifmeel. Aan de andere kant, ook bestuivers zoals bijen en (nacht)vlinders zijn nu niet algemeen meer.

Met zaklamp en mobiele telefoon (voor de foto’s) kan een avondwandeling langs de bloeiende klimop in de wijk best nog wat opleveren. Naast de lekkere en zoet-bedwelmende geur zijn ook nog aardig wat nachtvlinders te vinden. En een deel van die nachtvlinders hebben hun vliegtijd vooral in het najaar. Wil je de bruine herfstuil zien, dan is oktober daarvoor de beste kans. Er vliegen nu nog een kleine veertig soorten. In de zomermaanden is het soortenpalet veel rijker gevuld. De nachtvlinderverwachting van www.vlindernet.nl geeft aan dat in juli zo een 150 soorten in Almere zijn te verwachten. Het gaat nu dus ook niet zozeer om de aantallen, maar om de typische herfstvlinders.

Het lijkt een domme strategie om te bloeien als het aantal insecten flink is afgenomen, maar daar kan je ook anders naar kijken. Een nachtvlinder die in de zomer van bloem naar bloem vliegt, kan stuifmeel van de ene plantensoort naar de andere brengen. Maar dat levert geen bevruchting en dus ook geen zaad op. In het najaar met weinig andere bloeiende soorten heeft de klimop wel een monopolie op de bestuivers. De kans dat een bruine herfstuil het klimopstuifmeel bij een andere plantensoort aflevert is maar heel klein.

Ook overdag is het genieten bij een bloeiende klimop. De geur is minder aanwezig, maar het aantal bestuivers is best aan de maat. Zweefvliegen als de blinde bij, gewone wespen en zelfs de zeldzame klimopbij zijn dan volop rond de klimop te vinden. En als laatste, ook spinnen hebben een voorliefde voor de lokkende klimop, getuige de vele spinnenwebben. Die hebben weer geleerd dat het goed vliegenvangen is bij de geurende klimop.

Ton Eggenhuizen


Een reactie plaatsen

Grieks duin

Naarmate je meer over de natuur te weten komt, des temeer realiseer je hoe weinig je weet. Ik loop in een fietstunneltje tussen Almere-Poort en het industrieterrein de Gooise kant. Hier moet nog een fietspad worden aangelegd en mij is gevraagd om de ecologische effecten in beeld te brengen. Min of meer toevallig valt mijn oog op een slakje waarvan ik denk dat het de heesterslak is. Ik maak een foto en zet die met alle gegevens van datum en locatie op de website waarneming.nl.

Waarnemingen met foto worden door soortspecialisten beoordeeld en het is de specialist weekdieren die zijn vermoeden uitspreekt dat het een andere soort is. Hij vraagt mij om ook foto’s te maken van de mondopening en de navel aan de onderzijde. Hij vermoedt dat het een Griekse duinslak is. Ik moet eerlijk bekennen dat die naam nieuw voor me was. Het blijkt een soort die zich recent gevestigd heeft, de eerste waarnemingen in Nederland – in de duinen bij Zandvoort – zijn van 1986. De soort lijkt vanaf 2010 aan een flinke opmars, want de laatste jaren neemt het aantal en de verspreiding flink toe. Voor Flevoland ontbreken echter nog waarnemingen.

Op de verspreidingskaartjes in waarneming.nl zie ik dat de soort rond Amsterdam al aardig algemeen moet zijn. En er lijkt ook een lijntje zichtbaar langs de A6 van Amsterdam naar Almere. Nu gaat de verspreiding van weekdieren met het spreekwoordelijke slakkengangetje, voor een snelle verspreiding moet de soort door de mens, meestal onbedoeld, worden geholpen. Het tunneltje is onderdeel van de werkzaamheden aan de verbreding van diezelfde A6. Als het inderdaad die griekse duinslak is, is het heel wel mogelijk dat de slakjes met bouwmateriaal of zandtransport van het oude land in Almere Poort is beland.

Goed, op advies van de specialist fiets ik dus nogmaals naar het tunneltje. De slakjes zijn er nog steeds, ik kom op een schatting van ongeveer 100 stuks. Ik maak een aantal foto’s en bekijk de slakjes goed. Inderdaad, aan de onderzijde is een brede navel zichtbaar en de rand van de mondopening is ietwat vreemd gevormd. Zo grauwgrijs de buitenkant, zo mooi zachtroze blijkt de binnenkant. De specialist is niet voor niets specialist. Hij heeft het goed gezien, de Griekse duinslak! De naam zegt het eigenlijk al, hij voelt zich tuis in zandige streken, duinen en opspuitterreinen. Nou, dan is hij in Poort aan het goede adres!

Ton Eggenhuizen


1 reactie

Stadssafari

Duizenden voetstappen heb ik al gezet op de planten tussen de stoeptegels: straatgras, harig vingergras, varkensgras. Planten die zo algemeen zijn dat je er nauwelijks oog voor hebt. Toch besluit ik zomaar om een stukje varkensgras te plukken. Het is een klein onooglijk plantje – en niet eens een grassoort – dus met het blote oog is er niet veel aan te zien.

Bij het plukken drentelen al wat zwarte wegmieren weg. Ik realiseer mij dat die er niet voor niets zitten. En inderdaad, met het blote oog zie ik al een aantal bladluizen. Mieren zijn verzot op de zoete luizenpoep, dus de aanwezigheid van die mieren is daarmee eenvoudig te verklaren. Ik heb altijd wel een paar potjes op zak, dus het varkensgras met luizen gaat mee om eens goed door de binoculair te bekijken.

Thuis door de binoc blijken het ongevleugelde donkerbruine luizen te zijn met bleke uitstekels op het achterlijf, de zogenaamde siphunculi. Samen met de waardplant kom ik met de online determinatiewerken dan uit op de bladluis Aphis polygonata. De luis staat als algemeen te boek, maar de luizen op het Almeerse varkensgras blijken nog niet eerder binnen Nederland te zijn waargenomen. Althans, volgens de online database van waarneming.nl.

Ik ga er maar van uit dat de kwalificatie van een algemene soort klopt. Het feit dat de soort verder nog nooit in waarneming.nl is ingevoerd, zal wel komen doordat niet veel mensen de moeite nemen om zo een doodgewone straatplant eens nauwgezet te bekijken. Dit is echte stadsecologie, planten en dieren met onderlinge relaties. Om Johan Cruijff maar weer eens van stal te halen (en lichtjes aan te passen): je neemt het pas waar als je gaat kijken.

Ton Eggenhuizen


Een reactie plaatsen

Pestvogelvoorraad

Een bezorgde bewoner heeft ons op de hoogte gesteld van een giftige paddenstoel vlakbij een school. Dat is genoeg aanleiding om ter plaatse even poolshoogte te nemen en meteen in die buurt de natuur eens aan een onderzoekje te onderwerpen. Het zijn van die klusjes die na het diner nog wel even kunnen worden meegepakt.

Plaats van handeling is de Seizoenenbuurt. Een weelderige begroeiing langs de busbaan is een ogenvanger van formaat. Hazelaar, kornoelje zijn zoals overal algemeen, maar in die groene muur springt het felle rood van de Gelderse roos-bessen er tussen uit. In het voorjaar heeft de plant met witte schermen gebloeid. Dat moet toen ook een fraai gezicht zijn geweest. Die schermen hebben een typische opbouw. Rond de vruchtbare bloempjes van enkele millimeters groot, staat een krans van veel grotere onvruchtbare bloemen. Op die wijze worden de bloemen bestuivende insecten gelokt en in het voorjaar worden ze dan ook druk bezocht door zweefvliegen en bijen. En ook de bladeren hebben bezoek gehad. We zien volop de kenmerkende vraatsporen van het sneeuwbalhaantje, een klein bruin kevertje.

Het knal rood van de bessen is ook een beeld waar lang van kan worden genoten. Vandaar dat de soort ook veel wordt aangeplant. De bessen zijn zuur en bitter als gal. Vogels als merel, zanglijster en zwartkop – ik hoor ze alle drie tijdens dit veldbezoek – eten ze daarom niet graag. De bessen hangen dus veel langer dan die van lijsterbes, braam, sleedoorn en liguster. En toch zijn de bessen belangrijk als vogelvoer. In feite zijn de bessen van de Gelderse roos een voorraad voor moeilijker tijden. De vorst moet namelijk eerst over de bessen om de giftige en slecht smakende stoffen om te zetten. In de winter zijn het vaak nog de enige bessenstruiken die vrucht dragen. Ze zijn dan ook zeer geliefd bij de pestvogels die soms Nederland bezoeken. En wat een plaatje is dat dan! Een aan een tak bungelende verenpracht die knalrode bessen verorbert.

O, en die paddenstoel? Het bleek niet om de zeer giftige groene knolamaniet te gaan maar om de onschuldige weidechampignon.

Ton Eggenhuizen