Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Aanvallende buizerd

Lekker trimmen op een vroege zomerse ochtend in het bos. De vogels fluiten dat het een lieve lust is, vlindertjes dartelen van bloem tot bloem, alles lijkt pais en vree. De trimmer krijgt plots een tik op de kop. Als hij de plek bevoelt en vervolgens zijn hand bekijkt: bloed! Nog net is een glimp van een wegvliegende buizerd te zien. Het is weer zover, we hebben weer een aanvallende buizerd.

Men zou denken dat een buizerd nauwelijks nog opzien baart na de Purmerender terror-oehoe van 2015. Toch blijkt zo een buizerd nog steeds de krantenkolommen en tv-nieuwsitems te kunnen halen. Het fenomeen is niet nieuw, al vele malen is er kranteninkt en zendtijd aan besteed. Desondanks is er ook in 2016 weer media-aandacht voor. Zal vast ook wel een komkommertijdeffect zijn. Gelukkig biedt het keer op keer ook de gelegenheid om het fenomeen ecologisch te duiden.

Rond de eeuwwisseling heb ik flink wat meldingen van aanvallende buizerds onderzocht. Daaruit kwamen een aantal bijzondere gegevens naar voren. Zo gebeuren de aanvallen vooral in de voornoemde komkommertijd. Niet omdat de vogels graag de krant halen, maar simpelweg omdat juni en juli stressvolle maanden zijn voor een buizerd met jongen. De jongen worden groot, maken af en toe uitstapjes, proberen op eigen benen te staan. En een goede ouder beschermt zijn kinderen. Een trimmer die komt aanhollen zou het op jouw jongen voorzien kunnen hebben. Aanvallen dus!

Als die trimmer doorholt, is het goed mogelijk dat de buizerd dit interpreteert als vluchtgedrag. Dat geeft weer voeding aan de gedachte dat zijn verjaging (aanval) succesvol was. Dus: volgende keer weer doen! Dat brengt ons op een andere eigenaardigheid. Uit de meldingen maakte ik op dat er vogels waren die een specifieke prikkel nodig hadden om tot de aanval over te gaan. Een blauw trainingspak, een witte fietshelm, een kale kop; er waren vogels bij die alleen maar die ene fietser of trimmer op de korrel namen. Deze vogels waren geconditioneerd op dat ene kenmerk. Ooit succesvol een kale vent uit het bos gejaagd, blijft zo een vogel kale mannen belagen. Gedrag hoeft lang niet altijd rationeel in onze ogen te zijn.

Een derde notie: de aanvallen werden bijna altijd van achter uitgevoerd. Een frontale aanval is uitzonderlijk. En bovendien ging het vooral om trimmers en wielrenners. Gewone wandelaars blijven doorgaans buiten schot. Dat is ook niet zo vreemd. De voorovergebogen houding van de fietser en trimmer toont het achterhoofd maximaal. Frontaal is risicovol én geeft een minder groot verrassingseffect. Mogelijk dat een wielren- of trimshirt met grote ogen op de rug geprint, een aanval zou kunnen voorkómen. Als laatste punt, boskap blijkt ook nogal eens verantwoordelijk te zijn. Vaak wordt daarbij het roofvogelnest nog wel gespaart, inclusief wat aanpalende bomen. Desondanks is het nest zichtbaar geworden en dat doet de gemoedsrust van een bezorgde buizerdouder geen goed.

Wat te doen? Bedenk dat het een tijdelijk fenomeen is. Na half juli komt het nauwelijks meer voor. Even de bezoekers van het bos omleiden of attenderen op de vogel is vaak al genoeg. En vooral ook, geef de vogels de rust en ruimte om succesvol te broeden. Roofvogelnesten bij drukke routes hebben een grotere kapvrije zone nodig dan vogels die in zeer rustige bossen broeden.

Ton Eggenhuizen

Advertenties