Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Ik ben een spin!

Akkerdistels zijn voor ecologen altijd interessant. Deze algemene plant – onkruid zouden veel anderen denken – trekt door de lange bloeitijd veel insecten aan. De paarse bloemen zijn een magneet voor atalanta’s, kortschildkevers en zweefvliegen. En niet alleen de bloemen zijn geliefd. Op een akkerdistel in het Beatrixpark vind ik ronde gezwellen, de gallen van de akkerdistelgalboorvlieg.

Dat is een lange naam voor een vliegje van net meer dan een halve centimeter groot. Een tijdje geleden heeft de boorvlieg een gaatje in een vers stengeldeel geboord en daar een eitje in gelegd. Stoffen uit het eitje hebben de plant vervolgens aangezet tot het vormen van de zwelling, de gal. Uit het eitje komt een larve die zich tegoed zal doen aan het galweefsel en uiteindelijk zal er na het popstadium een nieuw akkerdistelgalboorvliegje het luchtruim kiezen, op zoek naar een nieuwe akkerdistel.

Het vliegje is herkenbaar aan een aantal opmerkelijke zwarte strepen op de vleugel. In rust lijken de strepen vooral voor de sier. Inderdaad, het is een sierlijk vliegje. Een sierlijk vliegje wat ook opvalt. Tal van andere insecten zouden er een lekker hapje in zien, maar daar komen de strepen goed van pas. Niet alleen de tekening, ook de wijze waarop een zittende vlieg de vleugels blijft bewegen werkt afschikwekkend. Het vliegje beweegt de vleugels langzaam ten opzichte van elkaar, waardoor het net lijkt of een aantal spinnenpoten bewegen. Het vliegje acteert een spin te zijn! Belagers zijn even in verwarring, voldoende voor de vlieg om het hazenpad te kiezen.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

Distels en bokken

Pampushout, populieren, brandnetels en distels. En buizerdnesten. Het is eind mei dus ik ben de bekende roofvogelnesten op inhoud aan het controleren. Lopend van nest naar nest zijn ruime mogelijkheden om de biodiversiteit van dit bos te bekijken. Vlinders, vliegen, bladwespen, kevers, met al die beestjes kan je nauwelijks geloven dat het met de insecten in Nederland slecht gesteld is. Er zit een flinke kever op een akkerdistel, dus grijp naar mijn mobieltje voor een foto. Wat vooral opvalt zijn de enorme voelsprieten die ietwat gekromd voorover gebogen op de kop staan. Voordat de tor op de foto staat, laat hij zich vallen. Gelukkig vind ik er nog een verderop. Ditmaal op een grote brandnetel.

Op grond van die sprieten is in één klap de familie bekend: het moet een boktor zijn. En niet alleen omdat hij op een akkerdistel zit, durf ik hem distelboktor te noemen. De sprieten zijn zwartgrijs gebandeerd en het halsstuk is zwart met een lichte middenstreep, onmiskenbaar de Agapanthia villosoviridescens, zoals hij “op zijn zondag’s” heet. Hij zit niet toevallig op een distel. Samen met brandnetel en bereklauw is de distel zijn favoriete plant. Het vrouwtje boort een klein gaatje in de stengel van deze planten en laat daar een eitje in achter. De larve vreet zich door de stengel een weg naar beneden. Daar bijt die de stengel door en gaat in de afstervende stomp verpoppen.

Distels, brandnetels en berenklauw, niet de meest geliefde planten in Nederland. We kunnen dus blij zijn met de boktor. Maar te veel boktorren zou de nekslag betekenen voor de brandnetels en distels. Dat betekent dat de dagpauwoog geen eitjes meer kan leggen op brandnetels en nectar kan drinken op de distels. Het is dus goed dat diverse zangvogels de torren eten. En weer diverse roofvogels als de sperwer de zangvogels eten. En dat de sperwer weer door de havik wordt gevangen. Al die ecologische relaties tussen al die soorten zorgen voor stabiliteit in het ecosysteem.

Al die soorten met al die ecologische relaties noemen we de biodiversiteit. Boeiend, mooi, maar vooral onwaarschijnlijk belangrijk, ook voor ons mensen.

Ton Eggenhuizen