Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Grieks duin

Naarmate je meer over de natuur te weten komt, des temeer realiseer je hoe weinig je weet. Ik loop in een fietstunneltje tussen Almere-Poort en het industrieterrein de Gooise kant. Hier moet nog een fietspad worden aangelegd en mij is gevraagd om de ecologische effecten in beeld te brengen. Min of meer toevallig valt mijn oog op een slakje waarvan ik denk dat het de heesterslak is. Ik maak een foto en zet die met alle gegevens van datum en locatie op de website waarneming.nl.

Waarnemingen met foto worden door soortspecialisten beoordeeld en het is de specialist weekdieren die zijn vermoeden uitspreekt dat het een andere soort is. Hij vraagt mij om ook foto’s te maken van de mondopening en de navel aan de onderzijde. Hij vermoedt dat het een Griekse duinslak is. Ik moet eerlijk bekennen dat die naam nieuw voor me was. Het blijkt een soort die zich recent gevestigd heeft, de eerste waarnemingen in Nederland – in de duinen bij Zandvoort – zijn van 1986. De soort lijkt vanaf 2010 aan een flinke opmars, want de laatste jaren neemt het aantal en de verspreiding flink toe. Voor Flevoland ontbreken echter nog waarnemingen.

Op de verspreidingskaartjes in waarneming.nl zie ik dat de soort rond Amsterdam al aardig algemeen moet zijn. En er lijkt ook een lijntje zichtbaar langs de A6 van Amsterdam naar Almere. Nu gaat de verspreiding van weekdieren met het spreekwoordelijke slakkengangetje, voor een snelle verspreiding moet de soort door de mens, meestal onbedoeld, worden geholpen. Het tunneltje is onderdeel van de werkzaamheden aan de verbreding van diezelfde A6. Als het inderdaad die griekse duinslak is, is het heel wel mogelijk dat de slakjes met bouwmateriaal of zandtransport van het oude land in Almere Poort is beland.

Goed, op advies van de specialist fiets ik dus nogmaals naar het tunneltje. De slakjes zijn er nog steeds, ik kom op een schatting van ongeveer 100 stuks. Ik maak een aantal foto’s en bekijk de slakjes goed. Inderdaad, aan de onderzijde is een brede navel zichtbaar en de rand van de mondopening is ietwat vreemd gevormd. Zo grauwgrijs de buitenkant, zo mooi zachtroze blijkt de binnenkant. De specialist is niet voor niets specialist. Hij heeft het goed gezien, de Griekse duinslak! De naam zegt het eigenlijk al, hij voelt zich tuis in zandige streken, duinen en opspuitterreinen. Nou, dan is hij in Poort aan het goede adres!

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

Pionieren in Almere

Met zijn vele bouwterreinen is Almere een walhalla voor pioniervegetatie. Het kale zand wordt in no time bevolkt door de planten die van nature alleen in zeer dynamische omgeving het lang weten uit te houden. Om er een paar te noemen: varkensgras, klaproos, smal vlieszaad, perzikkruid en kluwenzuring. Onder de snelle kolonisatoren hoort ook het verguisde jacobskruiskruid.

Als ik het bouwterrein van Almere-Poort oploop is van ver het jacobskruiskruid al te zien, struise planten tot een meter hoog met een brede waaier van heldere geelgouden bloemen. Net als de paardenbloem en margriet is het een composiet. Op de bloemen zie ik tal van insecten, bijtjes, vliegen, vlinders. Als ik de plant van dichtbij bekijk zie ik zwartgeel gestreepte rupsen lopen, het zijn de larven van de Sint-jacobsvlinder. Er zijn niet veel insectensoorten die het kruiskruid lusten. Om zich te beschermen tegen de vraat heeft de plant aan chemische oorlogsvoering gedaan. De evolutie resulteerde in steeds giftiger stofjes waar uiteindelijk maar een handjevol insecten tegen konden. Aangezien de plant voor zijn bestuiving ook van insecten afhankelijk is, komen de gifstoffen niet in het stuifmeel en nectar voor.

De chemische oorlogsvoering leidt er ook toe dat de plant door grote grazers wordt gemeden. De gifstof (pyrrolizidine-alkaloïden) is pas giftig als het in de dunne darm wordt omgezet in zogenaamde vrije alkaloïden. Deze tasten de lever aan. Het kruiskruid is niet uniek, ook andere composieten (zoals hoefblad) en kruiden (o.a. smeerwortel) gebruiken de stof als afschrikmiddel. Natuurlijk is het niet de wetenschap dat de stof pas giftig wordt in de dunne darm die de grote grazers ervan weerhouden om de plant aan te vreten. Waarschijnlijk zijn de planten ook niet smakelijk. Een paard of rund moet echter wel flink wat van de plant binnen krijgen om uiteindelijk leverschade te krijgen. Eén hapje kruiskruid kan in potentie al leverbeschadiging geven, maar het heeft pas effect op de gezondheid van een dier als die hap frequent over een langere termijn genomen wordt.

De paniek over de giftigheid wordt nog eens aangewakkerd door berichten dat ook aanraking van de plant gevaarlijk is. Er zijn echter geen concrete aanwijzingen dat aanraking een gezondheidsrisico voor mensen oplevert. Wel is het zo dat mensen een allergische reactie (eczeem) kunnen krijgen. Dit gebeurt door een ander stofje (sesquiterpene lactonen) waar sommige mensen gevoelig voor kunnen zijn en wat in tal van composietsoorten voor komt. Dit eczeem komt onder andere soms voor bij bloemisten die veel in aanraking komen met dergelijke planten.

De plant heeft op onze bouwterreinen geen lang leven. Als het gebied niet in ontwikkeling wordt genomen, zorgt de plant zelf wel voor zijn eigen ondergang. Uit onderzoek blijkt dat als de planten niet met tak en wortel bestreden worden, zij zelf al de bodem zo veranderen dat volgende generaties jacobskruiskruid daar niet willen groeien. In dergelijke gebieden piekt de plant na vijf jaar om na 15 jaar vrijwel weer verdwenen te zijn. Met recht een pionier!

Ton Eggenhuizen


Een reactie plaatsen

Het leven in een waterdrup

Foto: Victor Eggenhuizen

Schoonheid is er voor wie daar oog voor heeft. Maar soms moet het oog geholpen worden want zit die schoonheid in het kleine. En zo doet de microscoop die ik ooit voor 75 gulden via mijn biologiedocent kon aanschaffen ook weer eens goede dienst. Want wat wil het geval? Onze zoon wilde bezien of er in Almere sieralgen te vinden waren. Sieralgen zijn een bijzondere groep binnen de groenalgen en hebben niet alleen spectaculaire vormen maar vertellen ook veel over de waterkwaliteit.

Flevoland is vanwege de voedingsrijke bodem wellicht niet de beste plek om naar sieralgen te kijken. Sieralgen moeten het immers hebben van schoon, helder voedselarm water, bij voorkeur daar waar zich een ondergedoken waterplantenvegetatie heeft ontwikkeld. In de “erwtensoepwateren” zitten heel andere algen, waaronder blauwalgen (wat eigenlijk geen algen zijn maar bacteriën). Gelukkig gaat het met de waterkwaliteit steeds beter en er zijn een aantal plekjes die op voorhand zeer kansrijk leken. Gegraven poeltjes in opgespoten terrein, bedoeld als rugstreeppadleefgebied, moeten wel wat kunnen opleveren.

In Almere Poort zijn drie van dergelijke poeltjes gegraven voor de rugstreeppad. Een van de poeltjes blijkt niet optimaal, hij groeit ieder jaar te snel dicht. De andere twee voldoen aan de verwachting. Zouden we dit ook in de algensamenstelling terug zien? We hebben twee watermonsters genomen en die thuis onder de micro gelegd. Het preparaat van het “slechte” poeltje toonde draadalgen, een aanwijzing voor voedselrijk water. Het preparaat van het “goede”poeltje was meteen bingo. Diverse closteriums, staurastrums en cosmariums konden worden genoteerd. Zo veel verschil in poeltjes die op een steenworp afstand van elkaar liggen. Dat lijkt vreemd, maar kan worden verklaard door het feit dat de slechte poel iets te diep is gegraven waarbij een kleibodem is ontstaan.

En het blijft niet bij de groenalgen, bijvangsten te over. Dinoflagelaten, watervlooien, kiezelalgen en roeipootkreeften glijden onder het objectief door. Het op naam brengen is de volgende uitdaging. Er zijn nog honderden nieuwe soorten te ontdekken voor Almere, dus motivatie te over.

Ton Eggenhuizen

De titel verwijst naar het fantastische boekje Das Leben im Wassertropfen, van Strebie en Krauter. Het ideale vertrekpunt voor een microscoopsafari