Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Virus op pad

eendenherderDe vogelgriep houdt Europa weer in zijn greep. Besmette stallen en stapels dode wilde vogels zijn weer in het nieuws. Is dit alleen een Europees fenomeen? Echt niet, ook in Azië speelt de vogelgriep. Wellicht is Azië zelfs de (voortdurende) bron van de ellende.

Februari 2016; ik ben te gast in Bangladesh en mag aan de oevers van Hakaluki Haor vogels onderzoeken. Met twee Engelsen – Bill en Steve – trainen we Bengaalse studenten in het vangen en ringen van vogels. Hakaluki Haor is een immense stroomvlakte van de Kushiyara-rivier die weer afstroomt op de grote Bhramaputra. In de zomermaanden staat vrijwel het gehele gebied onder meters water, de winter is de droge periode. Enorme oppervlakten vruchtbare grond vallen droog, rijst en veeteelt vormen de middelen van bestaan. Het water trekt zich terug op de lagere delen maar dat zijn nog steeds grote meren. Deze meren worden bevolkt door enorme aantallen watervogels die hier de winter doorbrengen en zich – op het moment dat wij er zijn – zich langzaam opmaken voor de trek naar hun broedgebieden in Siberië.

Het zijn niet alleen wilde vogels die we hier zien. Ons kamp is opgesteld langs de weelderig begroeide oever en deze oever wordt ook gebruikt door de lokale bevolking. Soms om te vissen of om het land te komen bewerken, soms om het vee naar grazige weiden te leiden. Dat vee bestaat de ene keer uit jonge koeien, het andere moment worden loopeenden het gebied in gebracht. Die loopeenden worden voor het dons, de eieren en het vlees gehouden. Dichte groepen van honderden tot een paar duizend eenden struinen door het oevergras en komen op plekken waar de komende nacht ook de wilde vogels gaan grazen. Een betere omstandigheid kan een vogelgriepvirus zich niet wensen!

eendenherder-fHet virus wordt via de ontlasting uitgescheiden. De loopeenden (vogels die gefokt zijn uit de ‘wilde eend’) zijn net als hun voorouders niet bevattelijk voor het hoog-pathogene vogelgriepvirus. Het virus kan door het grote aantal dicht op elkaar gehouden dieren wel makkelijk overspringen op een andere vogel. Het enorme reservoir aan opeengepakte tamme eenden biedt het virus ook de kans om vaak te muteren. Het is dan ook te verwachten dat een wilde vogel zo af en toe een virus oppikt. In het voorjaar trekken de eenden naar hun broedgebied waar de hele populatie uitzwermt en afzonderlijk van elkaar tot broeden overgaat. Na het broeden komen de eenden weer samen op grote meren en gaan ze gezamenlijk het verenpak ruien. Ook dat is een moment dat het virus kan overspringen op een andere vogel.

Met het ringen van vogels weten we vrij nauwkeurig welke trekbewegingen zij maken. Zo weten we van de smienten die in Nederland overwinteren, in een onvoorstelbaar groot gebied tot broeden komen. Er zijn ringmeldingen van in Nederland geringde vogels 6-7000 kilometer oostelijk in Oost-Siberië. Het is dus heel goed mogelijk dat een Smient die op het Gooimeer komt overwinteren, in augustus op een Oost-Siberisch meer zat, samen met een Krakeend die de winter ervoor in Hakaluki Haor heeft gezwommen. Het bewijs stapelt zich nu op dat het virus deze route uit de pluimveehouderij in Azië via de wilde watervogels tot in Europa volgt.

Moeten we dan maar alle wilde watervogels afschieten? Los van de onwenselijkheid is het ook volstrekt onmogelijk. Ook moeten we ons realiseren dat de wilde vogels altijd deze route gevolgd hebben. Het is de wereldwijde groei van de pluimveesector die verantwoordelijk is voor het succesverhaal van het virus. Om het probleem echt in te dammen zijn hygiënemaatregelen aan beide uiteinden van de keten van belang. Betere hygiëne in Azië alsook betere hygiëne bij de pluimveebedrijven in Europa.

Ton Eggenhuizen