Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Duivels naaigaren

WhatsApp Image 2021-09-08 at 12.18.33Een flinke kruiwagen weggegooide spagetti, daar lijkt het nog meest op. Een aantal rode bietjes op een akker in Almere Pampus worden overgroeid door een geeloranje massa slierten. Slierten die om de bietenplantjes winden en er mee zijn vergroeid. Het is warkruid, een plantenfamilie die in de volksmond ook wel wordt duivelsnaaigaren wordt genoemd.

Het warkruid heb ik niet zelf gevonden, ik kreeg een tip en was meteen geïnteresseerd. Warkruiden zijn bijzondere planten, bovendien ze stonden haast in mijn achtertuin (als ik dat begrip ruim neem). Een rap bezoek was geboden, voordat een schoffelploeg de boel heeft weggehaald. Van de warkruiden komen zeven soorten in Nederland voor, vier van nature en allen behoorlijk zeldzaam. En in Flevoland zijn ze zelfs nog nooit eerder gezien. Het bijzondere zit hem in de parasitaire levenswijze. De plant heeft nauwelijks bladgroen en is dus vrijwel geheel afhankelijk van een andere plant en in dit geval van de rode bieten. Als een warkruidzaadje kiemt heeft het eventjes een worteltje voor de noodzakelijke bouwstoffen en vocht. Als het eenmaal een waardplant heeft gevonden windt het stengeltje zich – doorgaans rechtsdraaiend – om de stengels en bladeren van de waard.

Waar het warkruid de waardplant innig verstrengelt ontstaan wortelachtige structuurtjes de waardplant in. Op dat moment voedt de waard het warkruid. De verschillende soorten warkruiden zijn redelijk kieskeurig, wat soms ook in de naam terugkomt. Het vlaswarkruid en het hopwarkruid komen vooral op vlas en hop voor. Het klein warkruid groeit doorgaans op struikheide maar het groot warkruid is wat minder kieskeurig al lijkt een voorkeur voor brandnetel wel te bestaan. Welk warkruid groeit er dan in Pampus? De gelige kleur is al een goede aanwijzing maar vooral de details in de kleine bloempjes zijn voor determinatie van belang, het blijkt veldwarkruid te zijn.

Veldwarkruid is één van die soorten die niet van nature in West-Europa voorkomt. Van origine is het een Noordamerikaanse soort. In dat licht bezien is het wel geinig dat in Nederland onder andere Canadese fijnstraal door het veldwarkruid wordt overwoekerd. En dus de rode bietjes. De parasiet lijkt zich in Nederland vooral via zaaigoed van akkergewassen te verspreiden. Af en toe duikt de soort ergens op, maar verdwijnt dan ook weer na een paar jaar. De natuurlijke verspreiding verloopt vooral via grazende zoogdieren en vogels. De planten worden begraast, inclusief de bloemen en zaden en een flink deel van de zaden overleeft de reis door de ingewanden. Aan het eind van die reis wordt het zaadje inclusief bemesting weer ergens anders gedropt.

Ton Eggenhuizen