Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Populier populair?

bomenklimPopulieren horen bij Flevoland, zoals Frank de Boer bij Ajax. Deze snelgroeiende boom is in de beginjaren veel aangeplant en heeft het beeld van de Flevolandse natuur sterk bepaald. Door de snelle groei ontstond ook snel een bos. Bos om te wandelen, bos voor houtproductie, maar vooral ook bos om de stad vorm te geven.

De snelle groei maakt de soort ook kwetsbaar voor stormen. Een stevige storm kan een flink deel van de bomen ontwortelen of zelfs doen afknappen. Nu veel populieren aan het eind van hun cyclus zijn, worden flinke oppervlakten gekapt en weer ingeplant met “duurzame” houtsoorten. Let wel, de cyclus is niet de volledige levenscyclus, maar de cyclus zoals daar vanuit de houtoogst tegenaan gekeken wordt. De bomen worden gekapt op het moment dat deze voor de houtopbrengst nog het meest opbrengt.

En ook het begrip “duurzame” houtsoorten is maar betrekkelijk (ik plaats duurzaam niet voor niets tussen aanhalingstekens). Wat bedoeld wordt is dat er soorten worden terug geplant die langzamer groeien, harder hout opleveren en meer geld in het laatje brengen. Duurzaam is in dit verband niet veel meer dan het gebruik van een modieus woordje. Populieren zijn niet meer populair. Het wordt gezien als tijdelijke oplossing, saai bos, “wijkhout” dat kan wijken voor “echte” bomen. En dat is om meerdere redenen dood- en doodzonde.

Wie in het voorjaar rond zonsopgang in het Almeerderhout loopt, loopt als het ware tegen een “wall of sound” aan van zingende zanglijsters en merels. Soorten die het prima naar hun zin hebben in populierenbos. Ze eten onder andere de slakken die zich op hun beurt tegoed doen aan de algen op de boombast en de verse blaadjes.

Een volwassen populierenbos kent een heel fraaie verticale gelaagdheid. Onder de hoogopstekende boomkruinen (soms tot wel 40 meter!) vinden we in het optimale geval een laag met jongere bomen zoals eik en es. Daaronder vindt je de struiklaag (meidoorn, vlier) en daaronder de kruidlaag. Deze laatste wordt op de rijke Flevolandse klei gedomineerd door brandnetel en kleefkruid. Langs de bosranden vindt je fluitenkruid en look-zonder-look, allemaal kruiden die veel door vlinders worden gebruikt. Iedere laag kent zijn eigen levensgemeenschap.

Als zo een volwassen populierenbos wordt gekapt, worden er in bijna alle gevallen die langzaam groeiende houtsoorten voor terug geplaatst. En daar is niet alleen de populier mee verdwenen, ook vrijwel alle lagen van het populierenbos. Een perceel essen of eiken bevindt zich de eerste twintig jaar in een ecologisch zeer magere “stakenfase”. De bomen doen een wedstrijdje “naar de zon groeien” waardoor de boomkruinlaag zeer gesloten is. Zonlicht dringt nauwelijks meer door op de bosbodem, waardoor kruiden en struiken geen kans krijgen. Bij langzaam groeiende soorten duurt deze magere stakenfase veel langer dan bij snelgroeiers.

De populierenbossen in Oostelijk Flevoland tonen aan dat we best nog wel twintig jaar door kunnen met onze populieren. Zolang het bos maar redelijk intact blijft, heeft wind veel minder vat. En dan nog, wat is er mis met een omgevallen boom? Ook die vervult weer allerlei rollen in het bos ecosysteem. En zelfs zeearenden (en boommarters…) vinden die oude bomen prachtig. Zo een gigantische arendnest in een populier, dat lijkt me voor het Almeerderhout ook wel een aanwinst.

Ton Eggenhuizen