Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


3 reacties

Bijeen

bijenDe ogen en oren van een ecoloog staan altijd open, ook als bijvoorbeeld de hond wordt uitgelaten. Zo ontdekte Annemiek, de andere ecoloog van de gemeente, een groeiplaats van rietorchissen langs de Hoge Ring. Bij het tellen van de planten ontdekte ze ook de iets minder opvallende maar behoorlijk zeldzame bijenorchis. Uiteindelijk werden acht bloeiende bijenorchissen geteld.

De bijenorchis is een bijzonder plantje. Een bloeiende plant heeft drie tot acht afzonderlijke bloemetjes boven elkaar die elk op een bij lijken. Nou ja, je hebt er wel wat fantasie voor nodig. Soms wordt gedacht dat de bloem op een specifiek insect lijkt om zo een potentiële bestuiver te lokken. Als het insect dan van bloem tot bloem vliegt, neemt hij stuifmeel mee van de ene naar de andere en is zo onbedoeld deel van “de bloempjes en de bijtjes”. Maar de bijenorchis wordt nauwelijks door bijen bestoven.

De orchidee is een botanisch unicum omdat het vooral zichzelf bestuift. De bloem is een kunstzinnig bouwwerkje waarbij de meeldraden langzaam naar de stamper toebuigen. Als de meeldraden uitrijpen zijn ze de stamper dicht genaderd waardoor “zelfbestuiving” de regel is. Dat lijkt een instant recept voor inteelt en uit de biologieboekjes hebben we geleerd dat inteelt uiteindelijk verzwakking van de soort oplevert. De bijenorchis is echter al lang op de wereld en zelfs de paardenbloem, een van de meest succesvolle planten in Nederland, doet aan zelfbestuiving. Kennelijk vindt er ook genoeg genetische uitwisseling plaats om de gevaren van inteelt te voorkomen.

Net als bij veel andere orchideeën is ook de bijenorchis afhankelijk van een ‘samenwerking’ (symbiose) met bepaalde bodemschimmels. De orchideeën hebben de schimmels nodig om het zaad te laten uitgroeien tot een nieuwe plant. Veel soorten blijken kritisch in de precieze omstandigheden waarin deze samenwerking succesvol kan zijn. De meeste orchideeën zijn daarom zeldzaam en hun groeiplaats is kwetsbaar.

De plant groeit op kalkhoudend, vochtig zandgrasland. Dit zijn niet alleen natuurlijke situaties, ook langs wegen en op industrieterreinen waar het goede zand is gebruikt en de andere omstandigheden geschikt zijn, kan de plant opduiken. De plant groeit zowel in de volle zon als op licht beschaduwde plaatsen. In Nederland loopt het verspreidingsgebied vanuit het westen (Noord- en Zuid-Holland) via Zeeland en Nederlands Limburg naar België; de plant is de laatste jaren in opkomst. De kans dat de plant op meer plekken in de stad opduikt is dus best wel groot.

Ton Eggenhuizen

Advertenties