Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


1 reactie

Waarom eksters een hekel hebben aan kraaien

De essen in onze straat krijgen dikke knoppen, het wordt voorjaar. Schuin voor ons huis zit al enige jaren een eksternest. Af en toe zien we ook de bouwers, maar het is waarschijnlijk niet het nest waar zij straks hun kroost in gaan grootbrengen. Als ik een rondje loop rond ons huizenblok tel ik zo maar acht eksternesten. Dat lijkt een enorme dichtheid aan eksters, maar de werkelijkheid is anders. Het huizenblok is namelijk de grens van maar twee eksterterritoria.

Lang niet ieder nieuw gebouwd nest wordt ook gebruikt om te broeden. Bovendien, ook nesten van voorgaande jaren blijven aanwezig, hetgeen het hoge aantal nesten verklaart. Een eksternest is een kunstig bouwwerkje: een vlechtwerk van dikke en dunne takken aan de binnenkant met klei bekleed. Zo een nest blijft jaren intact. Tijdens mijn eksternesttelrondje valt mijn oog op een rustig kuierende ekster in de berm van de busbaan. Tijd om te blijven staan en eens te kijken wat de vogel aan het doen is. Links en rechts pikt hij in de grond, ik zie regenwormen, emelten en ander insectenspul de bek in gaan.

Ook valt op dat hij geringd is. Ik ken deze vogel! Dit mannetje heb ik in september 2012 als jonge vogel geringd en is nu dus vier en een half jaar oud. Plots gaat de vogel alert rechtop staan en begint geagiteerd te roepen. De reden is snel duidelijk, een zwarte kraai vliegt laag en rustig over. Kraaien, daar hebben eksters het duidelijk niet zo op. Nu heeft hij er nog niet veel van te vrezen maar straks is zijn waardevol bezit (eitjes of jongen) wel in gevaar.

Een ekster legt gemiddeld zes eieren. Als alles daarvan groot komt én in leven blijft, zou je binnen een aantal jaren een gigantisch aantal eksters krijgen. Een groot deel van de eieren red het echter niet eens tot het moment van uitkomen. Kraaien zijn namelijk bekende plunderaars van eksternesten. Eksters verdedigen hun nest dan ook fel, maar het lukt ze niet altijd om de kraaien op afstand te houden. En als de overgebleven eieren wel uitkomen, zijn ook de jongen niet veilig voor de kraaiensnavel. Van de gemiddeld 6 eieren vliegt uiteindelijk gemiddeld maar tussen de één en twee jongen uit. Het aantal leegstaande nesten zou ook wel eens bedoeld kunnen zijn om kraaien zand in de ooien te strooien. Slimme beesten, die eksters!

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

Eksternest

eksternestEen van de markantste eksterbouwwerken in Almere is te vinden in een eik in de middenberm van de Veluwedreef. Het zijn wel vier of vijf verschillende nesten die op elkaar zijn gebouwd. Is dit een eksterflat of is er sprake van leegstand?

Eksters zijn territoriale vogels. Dat er meer dan één nest werkelijk in gebruik is, kan dus wel worden uitgesloten. We zien hier eigenlijk twee weinig voorkomende fenomenen bij elkaar.  Ten eerste geldt een zomereik niet als een favoriete boom voor een eksternest. De eik krijgt pas laat zijn bladeren en het nest is dus lang zichtbaar. Maar ook het stapelen van een nest komt volgens de literatuur maar weinig voor.

Hoewel de eerste eieren pas in het midden van april worden gelegd, kunnen eksters al in de winter bezig zijn met de nestbouw. Het bouwen gebeurt door beide partners, waarbij het mannetje vooral het aanslepen van bouwmateriaal en de buitenboel doet, het vrouwtje is meer bezig met het fijnere binnenwerk. De meeste eksternesten hebben een grove buitenvorm van grote dikke takken en meestal ook een dak. Het binnenwerk wordt eerst ingesmeerd met modder (en soms met poep) waarna met gras en mos een voering wordt aangebracht.

Gemiddeld worden 5-6 eieren gelegd die door het vrouwtje in drie weken uitgebroed worden. Beide ouders dragen voedsel aan en de jongen vliegen na drie en een halve week uit. Er wordt maar één broedsel per jaar verzorgd. Als een nest sneuvelt kunnen eksters nog wel een tweede en soms zelfs een derde broedsel regelen.

Door de modder is het een stevig bouwwerk en eksternesten kunnen daardoor na gebruik jarenlang in de boom blijven zitten. Ransuilen, torenvalken en boomvalken maken daar dankbaar gebruik van. Deze vogels zijn kennelijk liever lui dan moe en gebruiken vaak oude nesten van kraai en ekster. De territoriumdrift van de ekster richt zich niet alleen tegen soortgenoten, ze lijken ook een uitgesproken hekel te hebben aan roofvogels. Zolang de ekster een van de nesten gebruikt zal een uil of een valk weinig been zien in het betrekken van één van de andere leegstaande nesten in de flat aan de Veluwedreef.