Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Penseelkever

Veel mensen denken dat het werk van een stadsecoloog zich vooral in park en langs wetering afspeelt. De werkelijkheid is helaas minder kleurrijk. Ik zie meer vergaderruimtes dan natuur- en groengebieden. De spaarzame momenten in het groen moeten worden gekoesterd. Zo is het maar een paar tellen lopen van het kantoor van Flevolandschap naar de parkeerplaats maar de weelderig bloeiende berm en het warme zonnige weer zorgen ervoor dat ik mijn pas inhoud.

Rolklaver, duizendblad en streepzaad lokken hier met hun bloemen nu een myriade aan insecten. Zweefvliegen, wat bloesemboktorren, hommels en bijen zoemen rond op zoek naar stuifmeel en nectar. Plots valt mijn oog op een rondvliegende oranje-gele ‘hommel’. Die kleur komt mij voor een hommel ongewoon voor. Ik grijp naar mijn mobiel omdat een foto de determinatie hopelijk zal vergemakkelijken. Het duurt een tijd eer het insect een geschikte bloem heeft gevonden. De brede bloemenscherm van duizendblad is eindelijk goed genoeg. Tot mijn verbazing is hier helemaal geen hommel geland, het is een dichtbehaarde kever! Een geeloranje kever met zwartgele dekschilden. Ik ken deze van foto’s, het is een penseelkever.

Nu heb je penseelkevers en penseelkevers, het komt vervolgens aan op de details. Details van de pootstructuur wel te verstaan, en dan met name de voor- en middenpoot. Op grond van deze subtiele kenmerken is het onderscheid te maken tussen de twee soorten die in Nederland voorkomen: zonatus en fasciatus. Een uitsteeksel op de middelste poot wijst bij het door mij gevonden exemplaar op zonatus-penseelkever. Beide soorten komen in Lelystad voor al lijkt fasciatus iets minder algemeen. Opmerkelijk genoeg ontbreken beide soorten nog in Almere.

Het loont kennelijk de moeite om bij het duizendblad te zoeken naar rondvliegende geeloranje ‘hommels’. Wie ontdekt de eerste Almeerse penseelkever?

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

Draagvlak voor natuur

tv-roepHet klinkt zo logisch, je kweekt draagvlak voor natuur door mensen die natuur in te lokken. Maar als iets logisch klínkt, ís het dan ook logisch? Ik heb zo mijn bedenkingen. Voor natuur in de stad dicht bij de mensen, kan ik daar een heel eind in mee komen. Stadsnatuur wordt immers in de eerste plaats voor stedelingen aangelegd. Voor de hard-core natuurgebieden met hoge natuurwaarden is het zeer de vraag of het (vermeend) gewonnen draagvlak de natuurlijke draagkracht niet te boven gaat.

Vooraleerst, ik heb nooit enig onderbouwend bewijs gevonden dat openstelling van natuurgebieden ook een meetbaar positief effect op het draagvlak voor natuur heeft opgeleverd. Een meetbaar effect zou bijvoorbeeld het ledenaantal van de beherende instantie kunnen zijn. Het tegendeel lijkt het geval. Natuurmonumenten schaft de vrije toegang voor leden van haar monumenten af en prompt zien ze het ledenaantal afkalven. Wel neemt het gebruik van het natuurmonument toe. Dus genieten, ja, maar er voor betalen ho maar! Hoezo draagvlak?

Hetzelfde is te zien in vogelkijkhutten. Je kent ze wel, de hutten die erg in trek zijn bij vogelfotografen. Ik heb ooit eens in de overvolle hut in de Lepelaarplassen gevraagd (toen het bijkans oorverdovende geklik van de toestellen even verstomde) wie van de aanwezigen lid was van de beherende instantie (Flevolandschap). Niemand! Wel gebruik maken van de gratis schuilhut, maar niet bereid zijn om daar een bijdrage voor te leveren. Wederom, hoezo draagvlak?

Het aantal in “gastheer” omgeschoolde boswachters lijkt gelijke tred te houden met het aantal afvaldumpingen in de natuur. Een cynicus zal opmerken dat de mensen het natuurgebied nu in ieder geval wel goed weten te vinden. Laagdrempeligheid is het credo. Die drempel is nu zo laag dat het beter omschreven kan worden als een geul. Een valkuil waar de beheerder zelf invalt. Natuur ten dienste van de mens: desnoods wat aantasting van de natuur tolereren om het “heilige draagvlak” maar te verkrijgen. Draagvlak zou eventueel ook afgemeten kunnen worden aan het enthousiasme voor de “miss-verkiezing” van het mooiste nationale park van Nederland (2016). Enthousiasme? Slechts een half procent van de bevolking deed aan deze verkiezing mee. En dat terwijl er in Europa geen enkel land is met zo een groot aandeel vrij toegankelijke natuur als Nederland. Het Nationaal park Nieuw Land kreeg ruim 4000 stemmen. Dat is flink minder dan het aantal bezoekers dat dit gebied in een week trekt!

Nee, draagvlak krijg je niet met vrije toegankelijkheid. En ook niet met een mountainbikepad, een schaatsevenement, survivalroute of een “media-boswachter”. Dergelijke ontwikkelingen leiden eerder tot het beeld dat we onbelemmerd de natuur als decorstuk kunnen gebruiken (of om je oude versleten bankstel te dumpen). Draagvlak creëer je door liefde voor die natuur uit te stralen, met kennis en kunde. Eén TV-film van David Attenborough op prime-time levert volgens mij meer draagvlak dan de openstelling van alle Nederlandse natuurgebieden bij elkaar.

Ton Eggenhuizen