Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


1 reactie

Natte dweil

IMG_0081Op een nat stukje gras in Almere-centrum staan twee volwassen zilvermeeuwen. Het heeft pas nog geregend en de grond is nat. Een mannetje – duidelijk groter dan de andere vogel – staat driftig te trappelen. Een vrouwtjesvogel staat gebiologeerd naar het snelle voetenwerk te kijken. Plots zie ik haar met de snavel een regenworm oppikken. Hij staat het toe, maar de tweede pier is voor hem. Zo gaat het zeker een kwartier door. Het getrappel zorgt ervoor dat de regenwormen bijkans de grond uit springen.

We kunnen het de regenwormen niet vragen waarom ze de grond uitkruipen. Er zijn twee mogelijke verklaringen die beide overigens net zo waar als onzinnig kunnen zijn. De ene verklaring zegt dat de regenworm het getrappel houdt voor een gravende mol. Mollen houden van regenwormen en een vlucht naar boven zou een vlucht uit de mollenkaken betekenen. De andere gedachte is dat regenwormen denken dat het regent en in een kletsnatte bodem kunnen pieren niet ademen en zullen ze verzuipen. Hoe je het wendt of keert, het gedrag om omhoog te kruipen bij geroffel, is gedurende de evolutie ontstaan en is op de een of andere manier profijtelijk voor de worm.

Ik heb wat moeite met de eerste hypothese. Als regenwormen “geleerd” hebben om op deze wijze mollen te ontwijken, waarom kruipen ze dan naar de trillingsbron toe? En als ze “geleerd” hebben om mollen te ontwijken, waarom hebben ze dan niet geleerd om meeuwen te ontwijken? Kortom, ik ben een aanhanger van de regen-theorie.

Als je naar deze twee meeuwen kijkt, is het verleidelijk om te denken dat het gedrag aangeleerd wordt. De ene vogel vertoont het gedrag, de andere kijkt aandachtig toe. Toch is dat niet het geval. Vele vogelsoorten vertonen dit gedrag. Zo een beetje alle meeuwensoorten en vele steltlopers kunnen met hun gestamp de regenwormen de grond uit jagen. Het vogelgedrag is niet aangeleerd, maar een automatische reflex die opgewekt wordt door natte grond onder de poten. Zet een jonge meeuw van enkele dagen op een natte dweil en hij gaat trappelen. Ook als het beestje met de hand is opgevoed en nog nooit zijn echte ouders heeft gezien.

Het meest verwonderlijke vind ik wel dat de ene meeuw haar reflex kennelijk kan onderdrukken en geleerd heeft dat je net zo goed van het getrappel van een ander kan profiteren. In mijn vorige post schreef ik al: fascinerende beesten die zilvermeeuwen!

Ton Eggenhuizen

Advertenties