Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Exoten

Vorige week schreef ik dat exoten gezien kunnen worden als indicator van verarmde ecosystemen. Waar ecosystemen (nog) niet compleet zijn, weten exoten de lege niches te bevolken. Dergelijke ecosystemen kunnen al betrekkelijk oud zijn (zoals de weinig groene steden) of juist heel nieuw.

In Almere-Overgooi was zo een nieuwe situatie. Een gegraven plas in een landschapszone werd opmerkelijk snel gekoloniseerd door ondergedoken waterplanten. Doorgaans is dat een zegen voor de waterkwaliteit. Maar deze snelle groei leek verdacht veel op woekering. De plas was in mum van tijd vol gegroeid en waterplanten bedekten het gehele oppervlakte. Omwonenden vreesden overlast, mede omdat men dacht dat het alg of zelfs blauwalg was. Het bleek echter geen blauwalg maar waterpest. Waterpest komt van nature voor in Noord-Amerika maar is als aquariumplant naar Europa gebracht. Vanuit het aquarium was het kennelijk maar een kleine stap naar de sloot.

Mijn voorspelling was dat het waterpest vanzelf wel teruggedrongen zou worden door fonteinkruiden en kranswieren, planten die de plas niet zo drastisch zouden gaan overwoekeren. Ingrijpen in de waterpestvegetatie zou nooit dat effect gaan krijgen. En mijn voorspelling bleek waar. Je kan zo een jong systeem namelijk zien als een puber. Kalmpjes begeleiden naar volwassenheid werkt beter dan tegen het pubergedrag ingaan. Als gekozen was voor de radicale maatregel van het uitharken van al dat waterpest, was het systeem in het puberstadium gebleven en was het harken tot in lengte der jaren noodzakelijk gebleven.

Een voorbeeld van een wat ouder ecosysteem: de grote stad. Ondanks het vele groen in achtertuin, op daken en aan gevels valt lastig van een volwaardig ecosysteem te spreken. Zeker, er kan heel veel gedaan worden (en dat wordt gelukkig ook gedaan!) aan verbetering en completering van ecosystemen, maar de havik en zwarte specht broedt bijvoorbeeld (nog?) niet in onze binnensteden. De halsbandparkiet voelt zich er wel thuis. Moet de halsbandparkiet dan maar weggevangen worden, omdat hij hier niet thuis hoort? Die simpele reden is niet genoeg. Er wordt wel aangedragen dat halsbandsparkieten tamelijk dominant zijn over bijvoorbeeld de inheemse boomklever en grote bonte specht.

Op het daarbij aangehaalde onderzoek als onderbouwing voor exotenbestrijding valt wel wat af te dingen. De Belgen Strubbe en Matthysen onderzochten bijvoorbeeld het effect van halsbandparkieten op broedaantallen van boomklever en grote bonte specht door in een gebied alle geschikte holen dicht te maken. In een controlegebied liet men de holen intact. In de eerste (onnatuurlijk gemaakte) situatie ontstond vanzelfsprekend concurrentie, waarbij de stand van boomklever afnam. In het controlegebied bleven de aantallen van specht, parkiet en klever onveranderd. Ook bleek dat de parkieten op voedertafels duidelijk dominant waren. Maar voedertafels zijn onnatuurlijk hoge voedingsbronnen. Daar loont het om de bron te monopoliseren. In een natuurlijker setting is het voedsel meer verspreid. Monopoliseren van een verspreid voorkomende voedselbron heeft geen zin. De parkiet zou dan al zijn tijd kwijt zijn aan het wegjagen van concurrenten en komt dan zelf niet aan eten toe. Zulke onnatuurlijke situaties (bos zonder nestholtes, en voedertafels) zeggen natuurlijk weinig over de werkelijke gevolgen in complete ecosystemen.

Is exotenbestrijding dan per definitie onzin? Daarover meer in de volgende blog.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


1 reactie

Zo’n halsbandparkiet, moeten we daar nu blij mee zijn?

Met de krant op schoot en een kop koffie onder handbereik. De tuin is een prima plek voor een rustig ochtendje. Die rust wordt echter al snel verstoord door overvliegend gekrijs. Het geluid ken ik goed van Amsterdam en Haarlem, maar in Almere hoor ik het pas voor de tweede keer: halsbandparkieten. Een exotische verrassing is het wel degelijk, maar moeten we er blij mee zijn?

Met een vijftigtal waarnemingen in Almere is het nog een schaarse vogel. Bewijs van broeden hebben we niet. Mogelijk zijn onze bomen nog niet oud en dik genoeg? Het lijkt echter een kwestie van tijd eer we deze parkiet tot onze broedvogels kunnen rekenen. Direct rijst de vraag of onze inheemse soorten daar last van gaan krijgen. Nestplaatsconcurrentie met holenbroeders als boomklever en grote bonte specht ligt voor de hand.

Maar als iets voor de hand ligt, is het dan meteen ook waar? Natuurlijk niet. Het gaat erom wat de beperkende factor is. Dikke bomen? Alle bomen worden dikker dus dat lijkt me geen probleem. Bestaande holen? Spechten en boomklevers gebruiken (en maken) door het jaar meerdere holen, maar ze gebruiken er slechts één om te broeden. Dus ook dat is niet aannemelijk. Ook uit gedegen telwerk blijkt dat doorgaans alle drie de soorten in ouder wordende gebieden gelijktijdig in opmars zijn. De boomkleverstand zal hooguit iets minder snel groeien, maar groeien blijft het.

Er zijn aanwijzingen dat de parkieten op voederplaatsen de boventoon voeren. Andere vogels spelen daar de tweede viool. Zou dit een effect op de overwinteringskansen van die andere vogels hebben? Ook dat is onwaarschijnlijk. Onderzoek naar de rangen en standen op een voedertafel is onderzoek in een buitengewoon onnatuurlijke situatie. Het van nature aanwezige voer is homogener verspreid en een dergelijke verspreide voedselsituatie valt niet te monopoliseren. Dat zou ook zeer onverstandig zijn, want het verdedigen kost te veel tijd, tijd die beter gestoken kan worden in zelf voedsel zoeken.

Mocht je desondanks die halsbandparkieten willen wegvangen, dan heb je een flinke klus. Opengevallen plekken worden snel opgevuld. Daar is de populatie groot genoeg voor. De halsbandparkiet is dus een blijvertje. Moeten we dan maar lijdzaam toekijken? Nee, we moeten lering trekken uit al die exotische planten en dieren die in Nederland opduiken. De een is een grotere bedreiging dan de ander. We hebben inmiddels geleerd dat het erg lastig te voorspellen is wat de effecten zijn. De les is dus, voorkom dat exotische planten en dieren vaste grond onder de voeten krijgen. Voorkom dat planten en dieren die van nature hier niet thuis horen, kunnen ontsnappen en de boel niet meer onder controle te krijgen is. Dat geldt ook voor moedwillig loslaten. Onze natuur wordt namelijk niet verrijkt met roodwangwaterschildpad, amerikaanse rivierkreeft. reuzenberenklauw en parkiet.

Ton Eggenhuizen