Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Verenkrans

Alles is nat, de vette klei kleeft aan mijn laarzen, het druppelt nog flink na in het bos. Buienradar belooft nog een flinke bak regen binnen vijf minuten. Prutweer! Maar zelfs met dit weer valt er van alles te beleven. Vlieren met grote judasoren, met puntmos begroeide stammen en zelfs een boomkruiper geeft zijn riedel ten gehore. Verderop in het grauwe bos valt mijn oog ineens op een krans met veren. Even kijken wat dat is.

Tussen de vele grijs en witte veertjes vond ik een vijftal staartpennen. Ze hebben een kenmerkende tekening. De donkergrijze toppen worden afgewissend door een witgrijze baan en de basis is weer grijs. De veren zijn zo kenmerkend dat ik van een afstand al zie dat het houtduifveren zijn. Dit is geen houtduif die hier heeft zitten ruien, die is onvrijwillig van zijn veren beroofd.

Voor het achterhalen van de dader moet ik wel even een veer oprapen. Vossen en marters bijten de veren af, zodat de punten zijn afgeknaagd. Aangezien die punten gaaf zijn, moet dit wel het werk geweest zijn van een havik. Roofvogels rukken immers de veren uit de prooi. Ik zie zelfs de kenmerkende deuk halverwege waar de havik de veer met haar snavel heeft vastgepakt en heeft zitten trekken.

Als ik opkijk, zie ik de rand van de woonwijk. Een jagende havik aan de rand van de stad, op nog geen 25 meter van de bebouwing af! Snel even een foto van de krans. Net voordat de aanstormende wolk begint leeg te lopen weet ik nog net mijn mobiel weg te steken.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

Broer en zussen havik

Met “volle bepakking” slepen we ons door het warme Pampushout. Eenmaal aangekomen op een stil plekje in een door brandnetel gedomineerd bosperceel zijgen wij neer. Dat is ook het sein voor de meegevlogen muggen om in de parkeerstand te gaan. Gelukkig heb ik niet veel last van de muggensteken, want ik heb mijn aandacht nodig voor een ander klusje: het ringen van havikjongen.

Eerst moet klimmer Nathan op een veilige manier de boom in. Het nest zit op 12 meter hoogte in een populier, het klimmen is dus een klusje dat met de nodige voorzichtigheid wordt aangepakt. Als Nathan bij het nest is, beginnen de jongen te roepen. Dat klinkt goed, het volume is zo groot dat ik kan inschatten dat de jongen al “aan de maat” zijn. “Drie!” roept Nathan vanuit zijn hoge positie, waarmee hij het aantal jonkies aangeeft. Daar ben ik blij mee. Dit paartje weet immers de laatste jaren steeds maar één jong groot te brengen. Natuurlijk ben ik benieuwd of we de standaard familieopbouw van haviken te zien krijgen. Door de katrol aan zijn klimgordel hijs ik een tas omhoog, waar Nathan vervolgens de jongen voorzichtig in legt.

Langzaam takel ik de tas naar beneden om de jongen te kunnen meten en te ringen. De drie nestjongen leg ik in volgorde op een handdoek. Omdat roofvogels in de regel direct op een gelegd ei gaan broeden, komt het eerste ei ook als eerste uit. Met een tussenpoos van 1-2 dagen worden de eieren gelegd dus het leeftijdsverschil van de jongen is dan ook navenant. Het verschil is niet alleen in grootte, het is bijvoorbeeld ook te zien in de mate waarin de veren uitgegroeid zijn. En juist bij de havik moet je niet naar de grootte maar naar het verenpak kijken. Er is namelijk ook grootteverschil tussen de geslachten. Mannetjes zijn een stuk kleiner dan de vrouwtjes.

Het opvolgend uitkomen van de eieren is een manier om te dealen met onzekere voedselsituaties. Bij weinig voer weet zelfs het oudste jong meestal wel voldoende binnen te krijgen. Als het oudste jong verzadigd is, krijgt jong twee zijn of haar deel en zo voorts bij een steeds beter voedselaanbod. Als alle jongen even oud zouden zijn, zou de schrale opbrengst gelijk verdeeld worden onder de jongen met het risico dat zij er allemaal aan onder doorgaan.

En het bijzondere bij havik-nestgenoten is nu dat het oudste jong bijna altijd een mannetje is en het jongste jong bijna altijd een vrouwtje. Een oudere zus kan immers door haar voorsprong een jonger broertje te makkelijk verdringen als er voer wordt aangebracht. In dat geval zouden er te weinig mannetjes groot komen en dat is voor een monogame soort als de havik geen verstandige strategie. En inderdaad, ook nu zie ik deze familieopbouw. Het oudste jong is een mannetje, te herkennen aan de kloeke manier waarmee hij al op zijn poten probeert te staan. Zij twee jongere zussen hebben duidelijk nog minder kracht in de poten. Toch zijn de zussen al een slag groter dan hun broer. Met zulke zussen is een voorsprong van één-twee dagen wel prettig.

Als de jongen weer terug op het nest zijn, kan de hele bepakking weer op de rug. Met achterlating van een bloeddonatie aan de aanwezige muggenpopulatie gaan we op weg naar het volgende te onderzoeken nest.

Ton Eggenhuizen


Een reactie plaatsen

Accipiter gentilis

havikjongen op bosgrondEen opgewonden roepende kraai maakt me alert. Even later schiet er een flinke vogel door de boomkruinen en ondanks de grootte valt de wendbaarheid op. Vier tellen later hoor ik “keh-keh-keh-keh”. Het is voor mij duidelijk: ik ben in het territorium van de koning van het bos.

De havik verdient die naam, het is een toppredator. Niet alleen konijnen, maar ook kraaien, duiven en niet zelden andere roofvogels (sperwer, boomvalk, ransuil, buizerd) staan op het menu. Vooral de vrouwtjes zijn gigantisch met een gewicht van rond de twee kilo. Mannetjes zijn, zoals bij veel roofvogels, kleiner. Ook rond Almere broedt de havik. Het is een schaarse soort met maximaal 10-15 paar. Rustige bossen met hoge bomen zijn favoriet. Nesten kunnen vele jaren achtereen worden gebruikt en worden dan ieder jaar verder opgebouwd. Uiteindelijk kunnen de nesten daardoor enorm groot worden.

De Flora- en faunawet beschermt (o.a.) vogelnesten. Voor de meeste vogelsoorten geldt die bescherming alleen als het nest daadwerkelijk gebruikt wordt. Na de broedtijd mag het nest vernietigd worden. Voor soorten die een nest vele jaren achtereen gebruiken ligt dat anders. Die nesten zijn ook buiten de broedtijd beschermd. Een bos kappen met een haviknest gaat dus zomaar niet. In Almere hebben we veel bos, maar hier en daar wordt bos gekapt voor stedenbouw en infrastructuur. Als op ze een plek net een haviknest zit, moeten we daar rekening mee houden.

Langs de Godendreef zit bijvoorbeeld al jaren een haviknest, precies ter hoogte van een archeologisch behoudenswaardige vindplaats. Bij de aanleg van deze dreef moest daarom een keuze worden gemaakt (maar ook financiën en verkeersveiligheid speelden een rol). Voor de archeologie was het logisch om het tracé iets te verleggen, maar dan zou het haviknest sneuvelen. Uiteindelijk is gekozen voor een aanleg over de vindplaats heen, maar wel op een manier die de vindplaats niet schaadt.

Voor kustzone Poort is ontheffing gevraagd van het verbod om een ander haviknest te verwijderen. Het is dan wel noodzakelijk om compenserende maatregelen te treffen om deze magnifieke jager voor het gebied te behouden. Ook in het Beginbos en op het toekomstige Floriadeterrein weten we haviknesten te zitten.

Havik als stadsvogel?

In Duitsland is een bijzondere ontwikkeling gaande. Van schuwe bosvogel evolueert deze jager zich tot een heuse stadsvogel. Daar vervult de havik nu onbedoeld de rol van duivenoverlast-bestrijder! Vooralsnog volgen de Nederlandse haviken dit voorbeeld niet, maar het lijkt slechts een kwestie van tijd eer de havik tot broeden komt in ons eigen Beatrixpark.

Ton Eggenhuizen