Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


1 reactie

Red de bij!

De media staat bol van de aandacht voor de bijensterfte. De urgentie is hoog en bij velen nu ook bekend. Menigeen wil zijn steentje bijdragen aan het keren van het tij, hartstikke mooi natuurlijk. Alleen jammer dat vaak naar de verkeerde maatregel wordt gegrepen. Met het plaatsen van bijenkasten doe je niet veel aan het terugdringen van het probleem.

Voor de goede orde, in het kader van de bijensterfte zal je aan andere knoppen moeten draaien. De bijensterfte waar de media het over heeft, gaat niet over de honingbij maar over de wilde bijen waarvan er zo een 350-380 verschillende soorten van in Nederland leven. Juist onder die soorten vallen de grote klappen en dat heeft tal van oorzaken. Voor een deel gaat het dan om zaken waar honingbijen ook onder te lijden hebben zoals gewasbeschermingsmiddelen, eenzijdig aanbod van nectar- en stuifmeelproducenten of een te kort bloeiseizoen doordat bij beplanting daar geen rekening mee wordt gehouden. Om de negatieve effecten van die laatste twee te voorkomen kan een imker dan de kasten verplaatsen naar een andere geschikte plek, desnoods naar de andere kant van het land, maar die wilde bijen kunnen niet zomaar verkassen.

Voor die wilde bijen is het dus ook belangrijk om een lange periode van bloeiende planten te hebben. In het vroege voorjaar zijn wilgen bijvoorbeeld erg belangrijk omdat ze veel stuifmeel aanbieden. In het voorjaar bloeiende struiken langs de zuidkant van een bosperceel, levert snel een warm plekje op met een hoop voedsel. Een bloemenweide waar niet alles steeds wordt weggemaaid, een zaaimengel waar rekening gehouden is met een langbloeiseizoen. Het zijn allemaal maatregelen waar wilde én honingbijen van profiteren. Verder speelt bij de wilde bijen ook dat de voortplantings- en overwinteringsmogelijkheden afnemen door ons te aangeharkt landje. Ook die aspecten spelen bij honingbij veel minder omdat de imker daar juist de bijenkast voor aanbiedt. Voor wilde bijen zijn bijenhotels in zwang, maar bedenk dat we daarmee maar een beperkt aantal soorten helpen. Gelukkig zijn er ook nog andere maatregelen voor wilde bijen denkbaar (een bijenbank bijvoorbeeld, ruigtehoekjes, grasbetontegels in plaats van een gesloten trottoir).

Kortom, voor de honingbij is het voldoende om de voedselsituatie op pijl te brengen, maar voor de wilde bijen zal je niet alleen de tafel moeten dekken, ook moet het bedje worden gespreid. Het is dus feitelijk B&B, Bed and Breakfast. Als je alleen de tafel dekt blijft het onverminderd slecht gaan met de wilde bijen. Er zijn zelfs situaties waarbij honingbijen de wilde bijen weg concurreren, omdat ze door hun onderlinge communicatie bijvoorbeeld veel beter zijn in het zoeken en benutten van voedselbronnen. Waar het bed voor de wilde bij niet gespreid is, zal vooral de honingbij de gedekte tafel leegeten.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

Hoornaar in Almere

Geel-zwart-geel-zwart, het zijn de kleuren van het gevaar. Een insect met deze kleuren betekent oppassen, hoewel lang niet alle geelzwarte insecten gevaarlijk zijn zoals ik eerder schreef over de zebrarups en de stadsreus. Maar (sociale) wespen, kunnen dat wel zijn. De steek is pijnlijk en kan zelfs flinke allergische reacties geven. En als de wesp in kwestie zo’n drie-en-een-halve centimeter groot is, zit de schrik er wel al snel in.

De angst zit er sinds kort nog méér in door de eerste waarneming van aziatische hoornaar, waar de pers uitgebreid verslag van heeft gedaan. Niet dat de steek erger is, of de wesp agressiever. De aziatische hoornaar wordt gevreesd omdat deze wesp verzot is op honingbijen. Ze kunnen flink huishouden onder bijenvolken en worden dus in de eerste plaats door imkers gevreesd. Hun bijen hebben het de laatste decennia toch al te verduren (mijten, gewasbeschermingsmiddelen) en een nieuwe bedreiging kunnen ze er niet bij hebben.

Angst blijkt een slechte raadgever. De in de pers opgeklopte verhalen maakt mensen bang. Zelfs volstrekt ongevaarlijke zweefvliegen als de stadsreus worden aangezien voor “het monster”. En wellicht hebben veel mensen nog nooit gehoord van de Europese hoornaar, ondanks het feit dat hij best wel algemeen is. Ieder groot zwartgeel insect is dan automatisch de Aziatische hoornaar. Zowel de Europese als de Aziatische hoornaar zijn voor ons minder hinderlijk dan de gewone wesp (of je moet imker zijn, natuurlijk). De gewone wesp komt in nazomer en herfst op zoetigheid af. Dan bezoeken ze ook onze terrassen op zoek naar limonade en ijs. Of je ziet ze in de bakkerstoonbank.

Afgelopen weken kwamen ook meldingen uit Almere van vermeende Aziatische hoornaars. Steeds bleek het om de gewone Europese hoornaar te gaan. Dus geen paniek, hoornaars houden niet zo van zoetigheid. Hun voedsel bestaat uit insecten. In veel gevallen zouden we dus best blij kunnen zijn met deze insectenverdelgers. Ze houden het “wriemelig gevleugelte” enigszins in toom. Dus wees blij met hoornaars (of je moet imker zijn, natuurlijk).

Ton Eggenhuizen