Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


3 reacties

Plastic kraai

Op de flat tegenover ons huis zitten vijf kraaien. Eentje is een slag groter en zit roerloos stil. De vier anderen zijn ook met het blote oog makkelijk herkenbaar. Er zijn maar weinig donkere vogels van dat formaat dat zo zenuwachtig met de vleugels trekt. Die grote zit er al een hele tijd. Die is namelijk van plastic.

“De mens leidt het meest, door het leiden dat hij vreest”, schiet weer door mijn hoofd. De plastic kraai is er ooit geplaatst vanwege vermeende overlast. Kraaiachtigen hebben een slechte naam, maar die slechte naam is niet terecht. Men vreest overlast en dan is het maar een kleine stap dat de kraai ook in de beeldvorming werkelijk overlast geeft. De steen des aanstoots is dat ze net als eksters nestjes van andere vogels uithalen. Voeg dat bij de weinig melodieuze kraaienklanken en de toon is gezet. Er zijn echter stapels onderzoek waaruit blijkt dat de kraaiachtigen geen effect hebben op de stand van – bijvoorbeeld – de merel. Bovendien houden kraaien ook de stand van de ekster wat in toom.

Grinnikend zag ik de plastic kraai aan toen ik die voor het eerst zag. Een plastic vogel schrikt niet af, het tegendeel is eerder waar. Bedenk maar eens waar je de plastic kraaien kan kopen: websites waar allerhande jachtattributen verhandeld worden! Jagers gebruiken het plastic namelijk als lokkertje. Een lokkertje om de levende kraaien binnen schootsafstand te krijgen. Kortom, het is eerder de verwachting dat je er kraaien mee aantrekt. Maar kraaien zijn ook niet suf, zo een roerloze soortgenoot is eerder iets om alert op te zijn. Daarom zullen jagers ook altijd wat lokvoer bij de plastic lokker strooien.

Afschot van kraaien is een “end of pipe” oplossing en die zijn in de regel op de lange termijn niet duurzaam en daarom duur. Met afschot wordt namelijk niets gedaan aan de oorzaak van een (vermeend) hoog aantal kraaien. De stand van de kraaien wordt immers bepaald door het aantal broedplaatsen en de hoeveelheid voedsel die ze voor zichzelf en hun jongen kunnen vinden. Het aantal broedplaatsen willen we niet beperken omdat we graag bomen en parken in onze omgeving willen. Daarmee is het voedsel dat we rond laten slingeren de belangrijkste sleutel. Het park achter de flat is voor kraaien inmiddels een luilekkerland. De Pokémon-rage heeft veel mensen het park ingelokt, met een toename van zwerfvuil tot gevolg.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


1 reactie

Waarom eksters een hekel hebben aan kraaien

De essen in onze straat krijgen dikke knoppen, het wordt voorjaar. Schuin voor ons huis zit al enige jaren een eksternest. Af en toe zien we ook de bouwers, maar het is waarschijnlijk niet het nest waar zij straks hun kroost in gaan grootbrengen. Als ik een rondje loop rond ons huizenblok tel ik zo maar acht eksternesten. Dat lijkt een enorme dichtheid aan eksters, maar de werkelijkheid is anders. Het huizenblok is namelijk de grens van maar twee eksterterritoria.

Lang niet ieder nieuw gebouwd nest wordt ook gebruikt om te broeden. Bovendien, ook nesten van voorgaande jaren blijven aanwezig, hetgeen het hoge aantal nesten verklaart. Een eksternest is een kunstig bouwwerkje: een vlechtwerk van dikke en dunne takken aan de binnenkant met klei bekleed. Zo een nest blijft jaren intact. Tijdens mijn eksternesttelrondje valt mijn oog op een rustig kuierende ekster in de berm van de busbaan. Tijd om te blijven staan en eens te kijken wat de vogel aan het doen is. Links en rechts pikt hij in de grond, ik zie regenwormen, emelten en ander insectenspul de bek in gaan.

Ook valt op dat hij geringd is. Ik ken deze vogel! Dit mannetje heb ik in september 2012 als jonge vogel geringd en is nu dus vier en een half jaar oud. Plots gaat de vogel alert rechtop staan en begint geagiteerd te roepen. De reden is snel duidelijk, een zwarte kraai vliegt laag en rustig over. Kraaien, daar hebben eksters het duidelijk niet zo op. Nu heeft hij er nog niet veel van te vrezen maar straks is zijn waardevol bezit (eitjes of jongen) wel in gevaar.

Een ekster legt gemiddeld zes eieren. Als alles daarvan groot komt én in leven blijft, zou je binnen een aantal jaren een gigantisch aantal eksters krijgen. Een groot deel van de eieren red het echter niet eens tot het moment van uitkomen. Kraaien zijn namelijk bekende plunderaars van eksternesten. Eksters verdedigen hun nest dan ook fel, maar het lukt ze niet altijd om de kraaien op afstand te houden. En als de overgebleven eieren wel uitkomen, zijn ook de jongen niet veilig voor de kraaiensnavel. Van de gemiddeld 6 eieren vliegt uiteindelijk gemiddeld maar tussen de één en twee jongen uit. Het aantal leegstaande nesten zou ook wel eens bedoeld kunnen zijn om kraaien zand in de ooien te strooien. Slimme beesten, die eksters!

Ton Eggenhuizen