Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


2 reacties

Het hek

konik praamweg (6)Het is een terugkerend onderdeel van de grazers-discussie in de Oostvaardersplassen: de hoefdieren zitten gevangen in het gebied en kunnen geen kant op. Daarbij wordt “Het Hek” keer op keer genoemd. Maar mensen die “Het Hek” steeds van stal halen zien een aantal zaken over het hoofd.

De natuur – zelfs immens grote en volslagen natuurlijke gebieden als Yellowstone en Kruger – staat vol met hekken. OK, het zijn dan niet allemaal hekken van gaas en palen, maar wel degelijk staan deze gebieden vol met barrières. Rivieren, bergruggen, niet passend habitat, het zijn allemaal grenzen die ervoor kunnen zorgen dat dieren “opgesloten” zitten. En als het geen geografische barrières zijn, dan zijn het wel territoriumgrenzen. Buren die ervoor zorgen dat je niet ongehinderd kan dwalen. Het klopt dat territoria niet zo statisch zijn als een echt hek. Maar bedenk wel dat territoria niet alleen groter, maar ook kleiner kunnen worden. Het effect is hetzelfde, een door de omgeving bepaalde leefruimte. De paradijselijke gedachte van dieren die ongehinderd kunnen dwalen is misschien wel mooi, maar mist realiteitszin. Ook de idee dat “om de hoek” een hoorn van overvloed ligt, is natuurlijk niet waar. Om de hoek is het immers ook winter. En als het hek al een tijdje weg is, staan daar ook grote grazers. Met andere woorden, áls dieren al ongehinderd kunnen dwalen, dwalen ze dan wel op tijd naar een nog onaangeroerde voedselbron? In de grote grazers-discussie zijn deze ecologische feiten niet altijd op het netvlies. En toch is het belangrijk om de hele ecologie van de diersoorten in ogenschouw te nemen. In de ecologie ligt immers de oplossing van problemen in de natuur besloten. Niet in onze (menselijke) emoties.

Maar eerst moet afgevraagd worden of er een probleem is. In de discussie blijkt het massale sterven van de honger de steen des aanstoots te zijn. Op zich is dit massale sterven niet ongewoon in de natuur. Bij veldmuizen en konijnen is de wintersterfte nog vele malen groter, maar dit onttrekt zich voornamelijk aan onze waarneming. In de rest van Nederland worden dieren in de herfst – als ze in topconditie zijn – geschoten en in sommige gebieden loopt het afschot wel tegen de 80 procent. En ook dat voorkomt niet dat er later dieren van de honger sterven. De grote aantallen hongerende hoefdieren worden echter – in ieder geval maatschappelijk – onacceptabel gevonden. Ecologen en voorvechters van dierenwelzijn denken daar verschillend over. Er is meer overeenstemming over het idee om het welzijn via de ecologische omstandigheden te verbeteren. Maar daarvoor moeten we wel de ecologische feiten laten spreken.

Hierboven gaf ik al aan dat een hek rond een gebied op zich geen ecologisch probleem is. Er is wél een probleem als binnen een bedoeld leefgebied essentiële onderdelen voor overleving  onvoldoende aanwezig zijn. Verbeteren van de diversiteit binnen het leefgebied moet dan de inzet zijn. En als beschutting en voedsel in de winter onvoldoende zijn hoef je het hek niet te verwijderen, simpelweg verplaatsen (vergroten van het leefgebied in oppervlak en diversiteit tot gevolg) is dan voldoende.

Laat dit nu net ook de achterliggende gedachte zijn geweest van het Oostvaarderswold.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


3 reacties

Wolf

roodkapjeSinds de gebroeders Grimm c.s. spreekt de wolf tot onze verbeelding. Roodkapje of één van de zeven geitjes, het kan net zo goed jij of ik zijn. Gruwelverhalen hebben nu eenmaal een grote aantrekkingskracht. Maar wat zijn de feitelijkheden over deze toppredator?

Hebben we wat te vrezen van de wolf? De soort is buitengewoon schuw en laat zich niet snel in de menselijke omgeving zien. Een confrontatie met een wolf is vrijwel uitgesloten. In Nederland vallen per jaar drie keer meer dodelijke slachtoffers door hondenbeten dan het aantal wolvenslachtoffers in heel Amerika, Europa en Rusland tesamen! Ook huisdieren en vee lopen weinig risico. In de regel jagen wolven op reeën en ander wild. Ook hier maken honden veel meer slachtoffers dan te verwachten is van wolven.

In 1845 werd voor het laatst in Nederland een wolf geschoten. Zware jachtdruk verdreef de wolf naar de randen van Europa. Door een andere houding ten aanzien van de natuur kenterde het tij en rukte de wolf weer westwaarts op. Toen de wolf in Duitsland vaste grond kreeg, rees de hoop dat de wolf ook weer in Nederland zou opduiken. Diverse recente waarnemingen – al dan niet ondersteund met foto’s –leidden nog niet tot een bevestiging van de terugkeer. Totdat in juli een dode wolf langs een Luttelgeester weg werd gevonden. In afwachting van DNA-onderzoek houden de onderzoekers nog een slag om de arm. Dat onderzoek moet aantonen of de wolf 100% raszuiver is én het kan aantonen uit welke groep het dier afkomstig kan zijn. Als er een genetische relatie is met één van de westelijke wolvengroepen, dan pas kan de kurk van de champagne. Het kan immers ook nog een grap zijn: zo werd in 2011 vlakbij de huidige vindplek nog een zeehond langs de weg gevonden.

De meeste biologen zijn blij met de komst van de wolf. Maar is de wolf wel “here to stay”? De belangrijkste reden voor het verdwijnen – de jachtdruk – is nu weggenomen. De emotie bij jagers om naar het geweer te grijpen is, op een enkele lone wolf na, wel verdwenen. Maar vindt de wolf hier een landschap waar een gezonde populatie zich kan bedruipen? Zolang de EHS niet volledig wordt uitgevoerd, lijkt mij een marginaal bestaan het hoogst haalbare. Een marginaal bestaan waarin af en toe zwervers tot ver in Nederland kunnen doordringen.

Het grootste gevaar voor de wolf blijft toch de mens. De Luttelgeester wolf  heeft aangetoond dat emoties en onkunde de opinie meer aanstuurt dan feitelijkheden. Met menselijke emoties is de natuur zelden gediend. Zo leidde bijvoorbeeld het voederen van vossen in London – hoe leuk dat ook lijkt te zijn – uiteindelijk tot onoverkomelijke problemen. Het is zaak om zo snel mogelijk te komen met een beheerplan, op basis van feiten en ervaringen bij onze oosterburen. In dat plan moet de eventuele schade worden geregeld, maar ook voorlichting zal een belangrijk onderdeel moeten zijn. Wellicht dat juist de wolf ons kan helpen om weer een gezondere houding met de natuur aan te nemen. Een gezonde houding waarbij wij onze eigen rol beperken tot het scheppen van robuuste leefomstandigheden voor plant en dier.

En hoe kansrijk is het dat een groep wolven zelfstandig de Oostvaardersplassen weet te vinden? In de huidige situatie schat ik die kans wel erg klein in. Het open polderland met de agrarische industrie lijkt mij voor wolven een ‘hostile environment’. En vanuit de Noordoostpolder zie ik een wolf ook nog niet vrolijk over de Ketelbrug huppelen. Maar met een Oostvaarderswold o.i.d.  zal de kans aanzienlijk toenemen.

Ton Eggenhuizen