Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Essentaksterfte, mijt of schimmel het eerst?

De essen langs het fietspad hangen vol met dikke proppen. De takken lijken nauwelijks het gewicht er van te kunnen dragen. Het voordeel is dat ze nu zo laag hangen dat ik het aan een nauwgezet onderzoek kan onderwerpen. Staan in januari al de blad- of bloemknoppen op uitkomen?

Nee, bij nadere inspectie zijn het bruine klomperige vergroeiingen. Geen vers blad en het is ook geen bloei. De vergroeiingen zijn gallen van de bloemkoolgalmijt. Mijten zijn kleine spinachtige diertjes, waarvan de huisstofmijt de meest bekende is. De bloemkoolgalmijt behoort tot de groep mijten die vergroeiingen (gallen) aan planten veroorzaakt. Gallen zijn te vinden op bladeren, knoppen en soms in het hout. Ze ontstaan doordat de mijten de plant met hun zuigsnuitje aanboren. Een infectie zet de plant aan tot het maken van wondweefsel en bouwt op die manier een onderkomen voor de mijten. Deze galmijten zijn vaak kieskeurig. Zo komt de bloemkoolgalmijt alleen op essen voor. Lang niet iedere boom langs het fietspad is rijkelijk behangen. In het laantje zijn sommige bomen helemaal niet aangedaan, enkele bomen hebben een paar takken met galmijten en weer andere bomen hangen helemaal vol. Het zou wel interessant zijn om te achterhalen waarom er zulke grote verschillen zijn.

De essen staan de laatste jaren flink in de belangstelling. Deze belangstelling betreft de essentaksterfte, veroorzaakt door een schimmel: het vals essenvlieskelkje. Het kelkje nestelt zich in het hout en sluit de sapstroom af. Dit leidt weer tot taksterfte en uiteindelijk legt de hele boom het loodje. In West-Europa is het een nieuwkomer en onze essen zijn er (nog) niet tegen bestand. Afbrekende takken zullen in een bos minder snel tot problemen leiden, maar langs paden is het echt een gevaar. We ontkomen er niet aan veel essen uit voorzorg te gaan kappen.

Terug naar de galmijt. De vraag komt bij mij op of de galmijt en schimmel iets met elkaar van doen hebben. Het komt vaak voor dat de ene infectie de weg vrijmaakt voor een volgende. Maar zijn nu de essen verzwakt door de mijt of door de schimmel? Mijn eerste Almeerse bloemkoolgalmijt zag ik in februari 2015. Maar ja, daarvoor lette ik er in het geheel niet op. Met mijn eigen waarnemingen kan ik er dus niets met zekerheid over zeggen. Op waarneming.nl zie ik dat de meeste waarnemingen van de mijten zijn ingevoerd in de periode 2011-2013. Het vlieskelkje duikt op de site pas in 2013 op. Helaas kunnen we daar ook weinig zekerheid uit verkrijgen. Het vlieskelkje was daarvoor nog nauwelijks onder waarnemers bekend en is bovendien veel minder zichtbaar.

Het meest aannemelijke scenario lijkt mij dat het vlieskelkje de bomen heeft aangetast en daarmee de rode loper heeft uitgerold voor de galmijt. Essen weten immers al veel langer enige weerstand te bieden aan de galmijten. Als het vlieskelkje inderdaad eerder was, hadden we al veel eerder aan een toename van gallen kunnen zien dat er wat aan de hand was. Het toont fraai aan dat al die miljoenen waarnemingen op http://www.waarneming.nl als citizen-science-project een goudmijn zijn voor nader onderzoek.

Ton Eggenhuizen


1 reactie

Vlieg met een SOA

imageBovenin een pluim van het vossenstaart-gras zit een klein vliegje met de kont omhoog. Op het eerste gezicht lijkt ze een partner te lokken. De vorm en kleur van het achterlijf zorgen ervoor dat ik wat beter ga kijken. Iets klopt er namelijk niet. Ook vreemd is dat de vlieg rustig blijft zitten, zelfs als ik de pluim vastpak om het geheel beter te bekijken. Met een loep zie ik dat het achterlijf onnatuurlijk is opgezwollen. Het is een vlieg met een zogenaamde klapkont.

Klapkont is de volkse benaming voor een vlieg die geïnfecteerd is door een specifieke schimmel. Op “z’n zondags” heet de schimmel Entemophthora muscae. Muscae betekent “van de vlieg”, en Entomophthora insecteneter. Een vliegendodende schimmel dus. Maar voordat de vlieg dood gaat, gebeurt er eerst een bizarre geschiedenis die niet zou misstaan in een documentaire van David Attenborough.

De schimmel infecteert de vlieg via de buitenkant van het lijf. Dunne schimmeldraden groeien het insect in en bereiken uiteindelijk de hersenen. Daar neemt de schimmel het commando over. Als een zombie wordt het nog nauwelijks levende insect gedwongen een laatste reis te maken. Traag loopt de vlieg naar de top van een grasspriet of de uiteinden van bladeren. Daar aangekomen wordt de kont in de lucht gestoken en sterft de vlieg. De schimmel komt vervolgens tot volle wasdom, het achterlijf zwelt op en de schimmel is volop zichtbaar.

Voor een langsvliegende insect is een soortgenoot in deze “ontvankelijke houding” een signaal dat hij moeilijk kan bedwingen. De passant zal proberen te paren. Daarbij raakt ook hij weer geïnfecteerd en begint het verhaal weer van voor af aan. Moeten we dit necrofilie noemen of een SOA? Of een SOA na een necrofiele daad?

De vlieg kan de schimmel ook zonder voorafgaande paring opdoen. Gewoon door op een plek te landen waar de schimmelsporen toevallig eerder zijn geland. Het is ook niet voor niets dat je vliegen vaak zichzelf ziet poetsen. Besmetting via een SOA is echter vele malen effectiever. Het is aannemelijk dat de SOA-variant is geëvolueerd uit een voorouder die zich alleen via de toevallige besmetting voortplantte.

Ton Eggenhuizen