Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


2 reacties

Aan de stok met kevers

img_20160922_084201257Mijn buurman is een guerrilla-gardener. Aan de buitenkant van zijn schutting heeft hij een randje tegels gelicht en zaait dat jaarlijks in met kleurrijke planten. Goudsbloem, oostindische kers in het voorjaar, in het najaar staan de stokrozen te pronken. Zo onttrekt hij zijn (inderdaad ietwat lelijke) schutting aan het oog en geeft hij kleur aan de straat.

img_20160921_172218878Nadat ik de rolcontainer aan de stoeprand heb gezet, loop ik langs de stokrozen terug en valt mijn oog op de tientallen gaatjes in de bladeren. Nadere inspectie toont ook ronde millimetergrote gaatjes in de zaadknoppen. Onmiskenbaar het werk van de stokroossnuitkever. Het duurt vervolgens weer even voordat ik een zeven millimeter groot grijs kevertje vind met een gigantisch lange “olifantensnuit”. De snuit is zowat de helft van die zeven millimeter. Dit moet een vrouwtje zijn, mannetjes hebben een kortere slurf. Aan het eind van die snuit zitten de kaakdelen. Het kevertje vreet zich daarmee door het blad en de nog jonge zaden. Als de gang in het zaad lang genoeg is, legt het vrouwtje er een ei in. Het zaad is natuurlijk een voedzaam hapje voor de keverlarve, maar betekent ook dat er volgend jaar geen plantje uit kan groeien. Zolang niet alle zaden zijn aangedaan, is dat voor volgend jaar geen probleem.

De kever is in Nederland een nieuwkomer. Eind vorige eeuw werd hij voor het eerst in Nederland gezien en is nu vrijwel overal te vinden. Van origine is het aan aziatisch kevertje die waarschijnlijk met planten of zaden is geïmporteerd. Het is dus een zogenaamde exoot. Exoten kunnen ontwrichtend werken in de natuur waar ze van nature niet thuis horen. Van de stokroossnuitkever hebben we waarschijnlijk niets te vrezen. De soort leeft alleen maar van stokrozen en ook de stokroos hoort hier van nature niet thuis. Een relatie in den vreemde.

Ton Eggenhuizen