Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


4 reacties

Kolibrie in de tuin

tuinEen kolibrie in Almere, kan dat? Die vraag komt af en toe op mijn bordje. Nu heb ik geleerd om nooit nooit te zeggen in de biologie, maar in dit geval kom ik daar toch wel erg dichtbij in de buurt. Kolibries zijn nectardrinkende vogeltjes uit Amerika, waarbij de meeste soorten in de tropen en sub-tropen voorkomen. Het vliegen kost zo veel energie dat ze voortdurend energie moeten tanken in de vorm van nectar. De oversteek van Amerika naar Europa is daardoor simpelweg onmogelijk. Er is natuurlijk een kans dat een vogelhouder kolibries in de volière heeft en dat zo een vogeltje dan ontsnapt. De overlevingskansen zijn in Nederland echter extreem klein.

Wat hebben die mensen dan in de tuin gezien? Een beestje dat biddend voor nectarbloemen vliegt, met een snorrende vleugelslag, een lange snuit en witte stippen op de staart, dat kan eigenlijk alleen de kolibrievlinder zijn. Deze pijlstaartvlinder heeft een lengte van drie centimeter en een spanwijdte van het dubbele. Dat is nog altijd kleiner dan de kleinste kolibrie (hommelkolibrie is 5,7 centimeter lang), maar voor een vlinder best aan de maat. Alle pijlstaartvlinders kunnen voor een bloem staan te bidden, maar het is de kolibrievlinder die dat doorgaans ook overdag doet.

De kolibrievlinder wordt ook wel meekrapvlinder genoemd, vernoemd naar de plant waar hij vaak voedselzoekend op werd gezien. Deze plant die vanwege kleurstof en medicinale werking vroeger werd geteeld is echter zeldzaam geworden en als voedselplant voor de vlinder van geen enkele waarde meer. De vlinder kan ook uit de voeten met andere nectaraanbieders, zodat de naam kolibrievlinder inmiddels toepasselijker is.

De kolibrievlinder is een trekvlinder die in Zuid-Europa en Noord-Afrika overwintert. Jaarlijks worden enkele honderden in Nederland gemeld, met het zwaartepunt van de waarnemingen in augustus en september. In sommige jaren wordt Nederland echter overspoeld door vele duizenden van deze prachtige vlinder. Die kant lijkt het nu ook op te gaan. Inmiddels zijn al ruim 750 waarnemingen gemeld in Nederland, en dan moet de nazomerpiek nog komen. Ook in onze tuin is de kolibrievlinder al geweest en gisterenavond rustte er een in de portiek van de nabijgelegen flat. Ook een kolibrievlinder gezien? Laat het mij weten, bij voorkeur met een foto.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

De tuin “winterklaar”

putter“O, o, o, mevrouwtje. Ik zie het al: scheurgras!” Jacobse en van Es komen met neutronenkorrels een tuintje “winterklaar” maken. In november 1979 zat ik aan de buis gekluisterd om van Kooten en de Bie in deze onvergetelijke sketch te zien. De vraag is nu, maak je een tuin wel echt winterklaar met “Neutronenkorrels inzaaien, aarde rondom stupideren en verrijken met bavianenprigment.”

Hoe soortenrijker een tuin is, hoe kleiner de kans dat plaagvorming optreedt. En dat betekent weer minder onderhoud en minder noodzakelijk geachte ingrepen met bestrijdingsmiddelen. En met soortenrijkdom bedoel ik in de eerste plaats de dieren die ook in de tuin leven. Het lijken misschien allemaal enge beestjes, maar bedenk dat ieder dier zijn rol speelt. Ook spinnen, duizendpoten en pissebedden.

In mijn ogen is een tuin winterklaar, als al deze dieren overwinteringskansen hebben. En het goede nieuws is, daar hoef je vrij weinig voor te doen. Oude uitgebloeide planten kan je gewoon laten staan, in de verdorde stengels daarvan overwinteren larven van nuttige insecten. In de bladerhoop die in de hoek is opgewaaid heeft een egel haar winterverblijf gemaakt. Onder en tussen het stapeltje bloempotten zit een bruine kikker in winterrust en in het winterzonnetje zitten drie putters op de uitgebloeide teunisbloem. Het lijkt voor ons rommel, maar voor de natuur zijn het goudmijntjes.

Iedere plant- en diersoort heeft relaties met andere soorten. Het zijn vooral deze relaties (eten, gegeten worden en concurrentie) die zorgen dat soorten toe of af nemen. Bij een groter aantal soorten, neemt het aantal onderlinge relaties exponentieel toe. Een extreem soortenarme natuur kunnen we vergelijken met een grote doos waarin een knikker aan een elastiek hangt. Die knikker kan vrijwel overal heen bewegen. Die beweging staat dan in zijn extreme vorm voor uitsterven of plaagvorming. Hang in diezelfde doos een tweede knikker aan een elastiek, en verbind beide knikkers. Dat elastiek (de relatie) vermindert de bewegingsruimte van de eerste knikker. En als we de doos volhangen met tien knikkers die we onderling verbinden, wordt het bewegen van de knikkers steeds lastiger.

Soortenarme systemen zijn als de doos met weinig knikkers. In Arctische gebieden is dat van nature het geval, met explosies van de lemmingenstand tot gevolg. Het ecosysteem weet daar mee om te gaan, maar in onze regionen zijn de soorten daar niet op ingesteld. Ook de landbouw is natuurlijk soortenarm. Zonder gewasbeschermingsmiddelen heb je plaagvorming met verlies van oogst tot gevolg. De ideale tuin is als die doos met heel veel knikkers en onderlinge elastiekjes. Dan zijn neutronenkorrels, bavianenprigment en stupidatie echt niet nodig.

Ton Eggenhuizen


Een reactie plaatsen

Pfffffff!!!!!!

tuinWat is het warm. En ’s nachts koelt het ook al niet meer af. Het RIVM heeft het Nationaal hitteplan afgekondigd. In dit plan staan allerlei (korte termijn)  maatregelen om de gevolgen van de hitte voor de gezondheid te beperken. Warm weer kan namelijk leiden tot vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid en hoofdpijn. In ernstige situaties kan door uitdroging kramp, misselijkheid, uitputting en bewusteloosheid optreden.

Zoals gezegd, het Nationaal hitteplan gaat over korte termijn maatregelen. Het is echter verstandiger om nu reeds op de lange termijn te richten, zeker gezien de nog verwachte temperatuurstijgingen als gevolg van klimaatverschuivingen. Het terugdringen van broeikasgassen is belangrijk, maar ook kleinere maatregelen in de eigen achtertuin kunnen helpen.

Iedereen die met deze hitte geconfronteerd wordt, kent de verkoelende schaduw van een boom. Maar het is niet alleen de schaduw die voor verkoeling zorgt. Doordat de boom water blijft verdampen ontstaat ook een koelere plek rond de boom. Dat geldt in ieder geval onder een loofboom. Naaldbomen verdampen nauwelijks water als het zo droog en heet is.

Ook een groene tuin zorgt voor een verkoeling. Ook dat groen verdampt namelijk water en uit de omliggende grond kan water verdampen. Een groene tuin is een groene airco. Een betegelde tuin werkt daarentegen als een nachtelijke kachel. Overdag slaat het de warmte op om die weer geleidelijk in de nacht vrij te geven.

Daarom kondig ik bij deze het Nationaal Lange Termijn Verkoelingsplan af. Stop de vertegeling, iedereen een groene tuin!

Ton Eggenhuizen