Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


1 reactie

Bijenwolf

Ingespannen en vol concentratie staan we veldwerk te doen voor het onderzoek aan oeverzwaluwen in de grote kolonie in Lelystad. Plots zoemt het vervaarlijk naast mijn oor. Vanuit mijn ooghoek zie ik een zwart-geel insect naast mijn hoofd vliegen. Een wesp! Door het klusje met de oeverzwaluwen weet ik mij te bedwingen om niet direct wilde armbewegingen te maken. Het geeft me tijd ook, om het beestje iets beter te bekijken.

De wesp hangt vlak voor de oeverzwaluwwand stil in de lucht. Daardoor kan ik goed zien dat de wesp met de zes pootjes een prooi onder haar lijf vasthoudt. De prooi is een bij! Na een tel of twee vliegt ze door naar een gaatje in het zand van de wand. De wesp sleept de bij het gaatje in en na een paar tellen komt ze er weer uit vliegen. Even zit ze uit te puffen, maar al snel gaat ze op zoek naar een volgende bij. Dat gesleep met bijen is een aanwijzing voor welke wespensoort het hier betreft. Het is de bijenwolf. Ook de afgeplatte voelsprieten zijn een kenmerk van de bijenwolf. De voelsprieten dienen niet om te voelen maar om te ruiken. Daarmee kan ze honingbijen vinden en van andere insecten onderscheiden. Als ze een nietsvermoedende honingbij heeft gevonden slaat ze toe en weet met een snelle steek van haar angel de bij te verlammen. Een bijkomend voordeel is dat de bij dan de eventuele nectar uitbraakt. Een smakelijk hapje voor de wesp.

De bijenwolf verzamelt per nestje een aantal bijen. Het nest bestaat uit een gang die uitloopt op een paar kamers. In iedere kamer komt één verlamde bij, op één van die bijen komt een wespeneitje. Als het eitje uitkomt, begint de larve aan de verlamde bijen te peuzelen. De moederwesp bepaalt het geslacht van haar kroost. Heeft de larf maar één of twee bijen in de aanbieding, dan wordt de wespenlarve een mannetje. Heeft de moederwesp meer bijen aangeleverd dan wordt het een vrouwtje. Een wesp die bijen jaagt, moeten we daar blij mee zijn? Het ging toch juist slecht met de bijen? Het antwoord is ja. Er is een overweldigende hoeveelheid onderzoek waaruit blijkt dat het aantal prooidieren bepaald hoeveel roofdieren ergens kunnen leven. Niet de bijenwolf bepaald hoe het met de stand van de bijen zal verlopen, de bijen bepalen hoeveel -wolven ergens kunnen leven. Zo is een gezonde stand van de bijenwolf een teken dat het ter plaatse met de bijen ook gunstig is gesteld.

Ton Eggenhuizen

Advertenties


Een reactie plaatsen

Winterwesp

image003Ik zit op zolder te werken als ik ineens gezoem hoor, insectengezoem. De kachel staat even aan en heeft een overwinteraar gewekt. Een potje heb ik altijd wel onder handbereik, dus potje over het beestje dat voor het raam dartelt. Het blijkt een gewone wesp te zijn. Kennelijk heeft die in de herfst een droog overwinteringsplekje gevonden op onze zolder.

Van de 150 Almeerse wespensoorten is het aantal stekende soorten op de vingers van één hand te tellen. De stekers zijn de zogenaamde sociale wespen. Soorten die grote volkeren stichten, volkeren die het verdedigen waard zijn. Van deze wespen overwinteren doorgaans alleen de bevruchte koninginnen die in het voorjaar elk een nieuwe kolonie stichten. Als ik het beestje van dichtbij bekijk, zie ik dat het furieus een scherp naaldje uit haar achterlijf steekt. Ze is ook niet zo groot, het is een overwinterende werkster.

Dit is pure overlevingsdrang. Haar rol voor de wespenstand is uitgespeeld. Afgelopen zomer hielp ze met haar zusters met het bouwen en verdedigen van het nest, verzamelen van voedsel en verzorgen van de larfjes. De jonge koninginnen hebben zich laten bevruchten door de mannetjes en de kolonie is uit elkaar gevallen. Veel werksters poogden vervolgens op limonade en andere zoetigheid het sterven te rekken. Een enkeling weet dat dus kennelijk te rekken tot in de winter. Als ze de winter weet door te komen, staat ze er alleen voor.

Ik heb een groot hart voor de natuur, maar ook daar zijn grenzen aan. En een wesp is immers geen huisdier. Vanuit het besef dat wespen ook een rol in de natuur hebben, loop ik vervolgens de tuin in en laat de wesp weer los. Eigenlijk een kansloze missie. Het is te koud om een nieuw plekje te vinden. Ik zie haar wegkruipen in een bladhoop. Wellicht vindt onze tuinegel haar daar en heeft er een smakelijk klein hapje aan.

Ton Eggenhuizen


1 reactie

Wespen!

20150826043540Wespen roepen doorgaans maar één associatie op: een pijnlijke steek. Maar lang niet alle wespen steken. Het is zelfs maar een heel klein groepje dat zo irritant kan zijn. Van de bijna 1500 Nederlandse wespensoorten steken er maar een handjevol. En dan zijn het ook nog alleen de vrouwtjes die dat doen.

De stekende wespen worden ook wel sociale wespen genoemd. Net als bij een bijen- en mierenvolk bestaat een sociale wespenvolk uit een koningin, een groep vrouwelijke werksters en een groep mannetjes. Alleen de koningin legt eitjes en gebruikt daar haar legboor voor. De onbevruchte eitjes leveren werksters op. Hun legboor is geëvolueerd tot de steekangel. Bevruchte eitjes leveren de mannetjes (zonder legboor of angel) op. De vrouwtjes hebben onder andere de taak om het nest te bouwen, de jongen te verzorgen en deze te verdedigen. Vandaar ook die steekangel. Dat blijkt een buitengewoon probaat middel om belagers af te schrikken. Alleen specialisten als de wespendief, een buizerdachtige roofvogel, weet er wel raad mee.

In Nederland zijn eigenlijk maar vier soorten die behoren tot de sociale wespen. Dat zijn de gewone wesp, rode wesp, duitse wesp en de hoornaar. Dat valt dan mee ten opzichte van het totaal aantal wespen. Het zijn echter wel de soorten waar we het meest mee in aanraking komen. Dat komt, omdat in de nazomer de vrouwtjes op zoek gaan naar zoetwaar. Menig terras wordt dan bezocht, vooral limonade vinden ze lekker. Vandaar ook de bijnaam limonadewesp.

De angel van een wesp heeft, in tegenstelling tot die van de bij geen weerhaakjes. De angel wordt na de steek weer ingetrokken en is klaar voor hergebruik. Zo kan een wesp makkelijk vijf steken in korte tijd toebrengen. Als je er niet allergisch voor bent, levert het alleen een langdurig pijnlijk plekje op. Een allergische reactie is andere koek. Dan gaat het afweermechanisme ongebreideld antistoffen maken. Zwelling, shock of erger kan dan het gevolg zijn.

De pijnlijke plek is al genoeg om te kijken wat je tegen de wespen kan doen. Er zijn tal van probate middeltjes te bedenken. In de eerste plaats kan gedacht worden aan een bloemrijke tuin. Van nature komen de wespen vooral op nectar af. In de natuur staan immers geen glazen limonade. Allerlei augustus-bloeiers kunnen de wespen van de tuintafel af houden. In een volledig betegelde tuin is het limonadeglas daarentegen het enige dat een wesp kan bekoren. Als het weglokken met bloeiende planten onvoldoende werkt, kan je verjagende middelen inzetten. Een halve citroen met daarin kruidnagelen gestoken helpt en ook gedroogd koffiedik op een schoteltje en dan aansteken schijnen wespen niet fijn te vinden.

Ton Eggenhuizen


Een reactie plaatsen

Stadsreus

stadsreus2Een enorm groot geel-bruin gestreept insect vliegt langs me in de tuin. De afschrikkleuren werken meteen, ik denk direct aan een hoornaarwesp. Het monster gaat op het tuinhek zitten waarna ik twijfel aan de snelle determinatie. Het is geen wesp, want de wespentaille ontbreekt. Zou het misschien een hoornaarvlinder kunnen zijn?

Het is ook geen hoornaarvlinder. De vorm van de kop en de stand van de vleugels wijzen op een zweefvlieg, maar het formaat (2-2,5 centimeter) is ongebruikelijk groot. Net zo snel als die gekomen is, is de vlieg weer weg. Later hoor ik dat mijn vriend en buurman Henk het beestje ook in de tuin heeft gehad en een foto heeft kunnen maken. Navraag en naspeuring levert op dat het een stadsreus (Volucella zonaria) is, ook wel hoornaarzweefvlieg genoemd.

De stadsreus is nu een redelijk algemeen insect maar dat is van recente tijd. Vroeger was de soort zeldzaam en verschenen alleen bij zuidoostelijke winden wel eens verdwaalde exemplaren in Nederland. Mogelijk geholpen door klimaatveranderingen heeft de zweefvlieg vaste grond onder de voeten gekregen en plant hij zich ook in Nederland voor. De larve van de stadsreus groeit op in wespennesten en leeft daar van afval dat het wespenvolk produceert. De vlieg doet de wesp geen kwaad, maar ook wij hebben niets van de vlieg te vrezen. Hij bijt en steekt niet en eet slechts stuifmeel en nectar. Vliegend van bloem naar bloem zorgt hij ook nog eens voor bestuiving.

Net als de hoornaarvlinder “leent” de stadsreus de afschrikkende werking van het geel-met-bruine wespenuiterlijk. Dergelijke felle kleuren staan in het dierenrijk voor gevaar. Een fel gekleurd insect is óf giftig óf gevaarlijk. Of hij doet maar alsof. Dat laatste wordt mimicry genoemd. Voor veel insecteneters zal dat werken. Die gaan het risico niet aan om een levensbedreigend insect te vangen. En weer betuigt de mens zich als een zeer afwijkende diersoort: juist doordat hij lijkt op een gevaarlijk stekend insect loopt de vlieg de kans om door een krant of vliegenmepper te worden geplet.

Ton Eggenhuizen