Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

Wespenplaag!

20150901015939Het is een mooie nazomermiddag. Even verderop op de ligweide wordt een meisje door een wesp gestoken. Haar geschrokken vriendin zegt dat het er dit jaar ook erg veel zijn, “Op de televisie zeiden ze ook al dat er een wespenplaag is”. Als iemand zegt dat er dit jaar veel meer wespen zijn, vraag ik me direct af hoe zo een constatering tot stand komt. Gedegen monitoringonderzoek? Klopt het dat er dit jaar, in vergelijking met voorgaande jaren, werkelijk meer wespen zijn? Of zijn er ook andere factoren die bijdragen aan de wespen-constatering?

In de eerste plaats wordt zo een constatering zelden ondersteund door een goed inventariserend onderzoek. Meestal wordt afgegaan op de herinnering: “zo veel heb ik er de laatste jaren nog nooit gezien”. Dat is natuurlijk geen onomstotelijk bewijs. Wie durft met droge ogen te beweren dat hij nog een gedegen beeld heeft van het aantal wespen dat hij of zij een jaar geleden heeft gezien? Bovendien, die constatering kan door allerlei factoren worden beïnvloed. Om maar een paar te noemen: een wespensteek zal bijdragen aan het idee dat het er veel zijn. Maar ook als het net op een vrije dag lekker warm weer is, is de kans groter dat je wespen ziet. De omstandigheden dragen flink bij aan de kans om wespen te zien. En natuurlijk helpen de media ook. Een item op de TV van een wespenzwerm die een banketbakker in de Lutte teistert gaat makkelijk “viral”. Zo kan één wespennest dat toevallig net naast een bakker in Twente zit via de media iedereen op het idee brengen dat er sprake is van een nationale wespenplaag.

Verder helpt het ook dat wespen altijd wel behoorlijk algemeen zijn. Bovendien hebben we collectief angst voor deze insecten. Dus, je ziet een paar wespen, je vertelt over het TV-item met de Luttense banketbakker, en je toehoorders zullen bij de eerstvolgende wesp het verhaal van de landelijke plaag doorvertellen.

Ik ken maar weinig goed inventariserend wespenonderzoek. Alleen roofvogelonderzoekers als Rob Bijlsma hebben betrouwbare cijfers. Omdat zij de wespendief willen begrijpen, een roofvogel die voor zijn voedsel voor een belangrijk deel afhankelijk is van wespennesten, is ook begrip van de voedselsituatie nodig. Dus zoeken zijn volgens een gestandaardiseerde wijze gebieden af en karteren de wespennesten. Niet zelden worden zij verrast door de media-aandacht voor wespenplagen. Uit hun gegevens blijkt dan helemaal niet dat er dat jaar veel nesten zijn.

Bovendien zijn dat twee verschillende grootheden. Een aantal wespennesten in een bepaald gebied heeft geen één-op-één relatie met de ervaren overlast. Goed terras-weer heeft vermoedelijk een sterkere relatie. Ik ben er nog niet achter waarom we het verhaal van een wespenplaag kennelijk nodig hebben. Willen we onze eigen angst aanwakkeren? Snakken we naar horrorverhalen? Voer voor psychologen. Gelukkig heb ik meer verstand van ecologie…

Ton Eggenhuizen

Advertenties


1 reactie

Wespen!

20150826043540Wespen roepen doorgaans maar één associatie op: een pijnlijke steek. Maar lang niet alle wespen steken. Het is zelfs maar een heel klein groepje dat zo irritant kan zijn. Van de bijna 1500 Nederlandse wespensoorten steken er maar een handjevol. En dan zijn het ook nog alleen de vrouwtjes die dat doen.

De stekende wespen worden ook wel sociale wespen genoemd. Net als bij een bijen- en mierenvolk bestaat een sociale wespenvolk uit een koningin, een groep vrouwelijke werksters en een groep mannetjes. Alleen de koningin legt eitjes en gebruikt daar haar legboor voor. De onbevruchte eitjes leveren werksters op. Hun legboor is geëvolueerd tot de steekangel. Bevruchte eitjes leveren de mannetjes (zonder legboor of angel) op. De vrouwtjes hebben onder andere de taak om het nest te bouwen, de jongen te verzorgen en deze te verdedigen. Vandaar ook die steekangel. Dat blijkt een buitengewoon probaat middel om belagers af te schrikken. Alleen specialisten als de wespendief, een buizerdachtige roofvogel, weet er wel raad mee.

In Nederland zijn eigenlijk maar vier soorten die behoren tot de sociale wespen. Dat zijn de gewone wesp, rode wesp, duitse wesp en de hoornaar. Dat valt dan mee ten opzichte van het totaal aantal wespen. Het zijn echter wel de soorten waar we het meest mee in aanraking komen. Dat komt, omdat in de nazomer de vrouwtjes op zoek gaan naar zoetwaar. Menig terras wordt dan bezocht, vooral limonade vinden ze lekker. Vandaar ook de bijnaam limonadewesp.

De angel van een wesp heeft, in tegenstelling tot die van de bij geen weerhaakjes. De angel wordt na de steek weer ingetrokken en is klaar voor hergebruik. Zo kan een wesp makkelijk vijf steken in korte tijd toebrengen. Als je er niet allergisch voor bent, levert het alleen een langdurig pijnlijk plekje op. Een allergische reactie is andere koek. Dan gaat het afweermechanisme ongebreideld antistoffen maken. Zwelling, shock of erger kan dan het gevolg zijn.

De pijnlijke plek is al genoeg om te kijken wat je tegen de wespen kan doen. Er zijn tal van probate middeltjes te bedenken. In de eerste plaats kan gedacht worden aan een bloemrijke tuin. Van nature komen de wespen vooral op nectar af. In de natuur staan immers geen glazen limonade. Allerlei augustus-bloeiers kunnen de wespen van de tuintafel af houden. In een volledig betegelde tuin is het limonadeglas daarentegen het enige dat een wesp kan bekoren. Als het weglokken met bloeiende planten onvoldoende werkt, kan je verjagende middelen inzetten. Een halve citroen met daarin kruidnagelen gestoken helpt en ook gedroogd koffiedik op een schoteltje en dan aansteken schijnen wespen niet fijn te vinden.

Ton Eggenhuizen