Almere Natuur

Dé blog over de Almeerse natuur


Een reactie plaatsen

De tuin “winterklaar”

putter“O, o, o, mevrouwtje. Ik zie het al: scheurgras!” Jacobse en van Es komen met neutronenkorrels een tuintje “winterklaar” maken. In november 1979 zat ik aan de buis gekluisterd om van Kooten en de Bie in deze onvergetelijke sketch te zien. De vraag is nu, maak je een tuin wel echt winterklaar met “Neutronenkorrels inzaaien, aarde rondom stupideren en verrijken met bavianenprigment.”

Hoe soortenrijker een tuin is, hoe kleiner de kans dat plaagvorming optreedt. En dat betekent weer minder onderhoud en minder noodzakelijk geachte ingrepen met bestrijdingsmiddelen. En met soortenrijkdom bedoel ik in de eerste plaats de dieren die ook in de tuin leven. Het lijken misschien allemaal enge beestjes, maar bedenk dat ieder dier zijn rol speelt. Ook spinnen, duizendpoten en pissebedden.

In mijn ogen is een tuin winterklaar, als al deze dieren overwinteringskansen hebben. En het goede nieuws is, daar hoef je vrij weinig voor te doen. Oude uitgebloeide planten kan je gewoon laten staan, in de verdorde stengels daarvan overwinteren larven van nuttige insecten. In de bladerhoop die in de hoek is opgewaaid heeft een egel haar winterverblijf gemaakt. Onder en tussen het stapeltje bloempotten zit een bruine kikker in winterrust en in het winterzonnetje zitten drie putters op de uitgebloeide teunisbloem. Het lijkt voor ons rommel, maar voor de natuur zijn het goudmijntjes.

Iedere plant- en diersoort heeft relaties met andere soorten. Het zijn vooral deze relaties (eten, gegeten worden en concurrentie) die zorgen dat soorten toe of af nemen. Bij een groter aantal soorten, neemt het aantal onderlinge relaties exponentieel toe. Een extreem soortenarme natuur kunnen we vergelijken met een grote doos waarin een knikker aan een elastiek hangt. Die knikker kan vrijwel overal heen bewegen. Die beweging staat dan in zijn extreme vorm voor uitsterven of plaagvorming. Hang in diezelfde doos een tweede knikker aan een elastiek, en verbind beide knikkers. Dat elastiek (de relatie) vermindert de bewegingsruimte van de eerste knikker. En als we de doos volhangen met tien knikkers die we onderling verbinden, wordt het bewegen van de knikkers steeds lastiger.

Soortenarme systemen zijn als de doos met weinig knikkers. In Arctische gebieden is dat van nature het geval, met explosies van de lemmingenstand tot gevolg. Het ecosysteem weet daar mee om te gaan, maar in onze regionen zijn de soorten daar niet op ingesteld. Ook de landbouw is natuurlijk soortenarm. Zonder gewasbeschermingsmiddelen heb je plaagvorming met verlies van oogst tot gevolg. De ideale tuin is als die doos met heel veel knikkers en onderlinge elastiekjes. Dan zijn neutronenkorrels, bavianenprigment en stupidatie echt niet nodig.

Ton Eggenhuizen